Vandaag 273 jaar geleden, op zondag 29 augustus 1751, stonden Bartholomaeus Bonten en Maria Elisabeth Beaumont voor de dominee van de Hervormde Kerk in Klimmen. Voor het katholieke echtpaar was dit in feite als trouwen voor de wet. Zij woonden allebei in zogenaamd Staats Gebied, stukken van Limburg die onder het gezag van de protestantse Republiek der Verenigde Nederlanden vielen. Binnen de Verenigde Nederlanden was een huwelijk alleen rechtsgeldig wanneer dit voor de Hervormde Kerk werd afgesloten. Vandaar dat in deze periode de katholieken in deze gebieden twee keer trouwden: een keer voor de dominee van de Hervormde Kerk èn een keer voor de pastoor van de Katholieke Kerk. Meestal vonden deze twee huwelijken op dezelfde dag of op opeenvolgende dagen plaats. Zo niet bij Bartholomaeus en Maria Elisabeth. Zij trouwden op 29 augustus voor de Hervormde Kerk en gaven elkaar pas op 26 november van hetzelfde jaar het ja-woord voor de Katholieke Kerk in Klimmen.

Bartholomaeus Bonten, roepnaam Mees, werd geboren op 15 juli 1714 in Engwegen aan de voet van de Keutenberg. Engwegen lag in die tijd binnen de Heerlijkheid Strucht en viel onder de parochie Schin op Geul. Mees werd dan ook op 15 juli 1714 gedoopt in de kerk van Schin op Geul door pastoor Joannes Stevens (1648-1737). Maria Elisabeth Eussen (1874-1960), een nakomelinge van Petrus Stevens, broer van pastoor Joannes Stevens, zou later met mijn overgrootvader Antoon Jozef Bonten (1877-1955) trouwen, waardoor de pastoor bij het huwelijk van Mees Bonten en Maria Elisabeth Beaumont ook direct familie van mij is.
Mees Bonten groeide samen met zijn ouders Petrus Bonten en Maria Kleijnen op in een gezin met minstens vier kinderen, waarvan Mees de jongste was. Hij had verder nog de twee oudere broers Jan (1705-1782) en Maerten (1707-1795) en een zus Anna Maria (1710-1785). Mees heeft eerst gewerkt als boerenknecht, alleen is nog niet duidelijk waar.
Op 4 februari 1738 gaat Mees in militaire dienst, hij tekent voor de duur van zes jaar.

Hij wordt dragonder onder het regiment van generaal-majoor Van Massow en kolonel De Heijlman, dat gelegerd is binnen Maastricht. In deze periode leert hij Eva Odekercken (1708-1751) kennen, dochter van Cornelis Odekercken (1667-1746) en Anna Pluijmen (1675-1746). Eva raakt zwanger en één dag voor de bevalling van hun eerste kind Petrus Bonten, trouwen Mees en Eva op 6 november 1740 voor zowel de dominee van de St. Janparochie als voor de pastoor van de St. Catharinaparochie in Maastricht. Getuige bij het katholieke huwelijk zijn onder anderen Mees’ broer Maerten Bonten en Eva’s broer Herman Odekercken.

Het leger was geen plek voor gehuwde mannen met jonge kinderen en Mees heeft waarschijnlijk gevraagd om zijn contract te mogen ontbinden, want op 2 december van 1740 krijgt hij verlof om het leger te verlaten.
Vermoedelijk is het gezin vervolgens in of rond Valkenburg gaan wonen. Van Mees is uit archiefstukken bekend dat hij namelijk in de banmolen van Valkenburg heeft gewerkt, zie ook dit eerdere artikel.
Op 3 maart 1745 wordt in de katholieke kerk van Hulsberg de doop geregistreerd van hun dochter Maria Bonten, doopgetuigen zijn Mees’ broer Jan Bonten en Eva’s zus Maria Odekercken. Wanneer in 1746 kort na elkaar beide ouders van Eva Odekercken komen te overlijden, erven Eva en haar broer Herman de landerijen en woning van hun ouders die onder het deel van Walem vallen dat tot Klimmen behoorde. Walem, gelegen op het plateau tussen Schin op Geul en Klimmen, was in die tijd verdeeld in twee stukken. “In de berg” gelegen was het stuk van Walem dat tot Schin op Geul behoorde, het stuk van Walem bovenop de berg behoorde aan Klimmen. In de volksmond was het stuk onder Klimmen bekend als “Hollands Walem” omdat Klimmen onder het Hollands gezag viel. Het stuk onder Schin op Geul werd “Spaans Walem” genoemd, omdat de Heerlijkheid Schin op Geul onder de Spaanse koning viel. Mees en Eva kochten het erfdeel van Herman over en verhuisden daarna naar het ouderlijk huis van Eva. Rond deze periode is waarschijnlijk ook nog een zoon met de naam Lucas Bonten (ca. 1746-1825) geboren. Op 25 mei 1747 wordt er in het sterfboek van de Hervormde Gemeente in Klimmen het overlijden genoteerd van Mees Bontens kind. Dit zal naar alle waarschijnlijkheid Petrus Bonten zijn geweest, aangezien van zowel Maria als Lucas naderhand nog nakomelingen bekend zijn. Op 5 maart 1748 wordt in Walem Cornelis Bonten geboren, gedoopt op diezelfde dag in de kerk van Klimmen.
Op 25 maart 1751 overlijdt echtgenote en moeder Eva Odekercken in Walem, ze is 42 jaar oud geworden. Vrijwel meteen na het overlijden, mogelijkerwijze ook al daarvoor, heeft Mees Bonten een relatie gekregen met Maria Elisabeth Beaumont. Zij was afkomstig van Houthem en een dochter van de Franse soldaat Jacob Beaumont en de uit Merkstein afkomstige Elisabeth Erenst. Maria Elisabeth Beaumont werd geboren en gedoopt in Houthem op 10 maart 1726. Haar vader overleed op relatief jonge leeftijd, waardoor zij samen met haar twee zussen door haar moeder alleen werd opgevoed. Maria Elisabeth was 25 jaar oud toen ze op 25 november 1751, op de dag af precies negen maanden na het overlijden van Eva Odekercken, beviel van haar eerste kind van Mees Bonten. Dit was Elisabeth Bonten, zij werd geboren in het huis in Walem dat nu aan Mees Bonten toebehoorde. Mees en Maria Elisabeth trouwden een dag later voor de katholieke kerk in Klimmen. Hierna werd het gezin uitgebreid met nog acht kinderen: Anna Maria (1753-1760), Maria (1755-1815), Sijbilla (1757-1807), Pieter (1759-1839), Joanna Maria (1761-1839), Maria Catharina (1763-1782) en Jacob, die in 1768 geboren werd. De achternaam van de moeder werd steevast anders geschreven bij elke doopregistratie: de naam wordt door de pastoor geschreven als Bommong, Bocmans, Erkens, Bommen, Bommont, Boemans, Boemeng, Bourmans en Bonhomme. Kennelijk was Frans niet zijn sterkste taal.
Uit deze latere periode van Mees’ leven geven enkele notariële aktes verder inzicht in zijn leven. Zijn buren in Walem waren aan de westkant Cornelius Nuchelmans en aan de oostkant de Winhof Den Dries. Met Cornelius Nuchelmans ruilde Mees in 1764 een stukje grond, zodat zijn buurman genoeg ruimte kreeg om een varkensstal te bouwen. Omdat er blijkbaar daarvoor geschoven moest worden met de indeling van Mees’ grondstuk, werd in de notariële akte over deze ruil expliciet benoemd dat het mestwater van de mesthoop van Mees mocht worden afgevoerd via de mestwaterafvoer van zijn buurman.
In 1768 verschijnen Mees, zijn kinderen Cornelis en Maria, en zijn broer Maerten voor notaris l’Allemand in Schin op Geul om voor de duur van 12 jaar een stuk land te verpachten dat binnen de Heerlijkheid Strucht gelegen was. Waarschijnlijk betrof dit stukken land die in bezit waren van de ouders van Mees en Maerten, die na het overlijden van moeder Maria Kleijnen op 5 oktober 1764 onder de erfgenamen zijn verdeeld. In de akte van de notaris wordt benoemd dat Mees op dat moment werkzaam is als paardenknecht bij Dhr. Croon in Sint-Gerlach.
In 1769 wordt Mees voor de eerste keer opa, wanneer zijn dochter Maria, uit zijn eerste huwelijk, bevalt van zoon Wilhelmus Stassen.
In 1776 wordt Mees’ naam genoemd door de gerechtsbode Jacobus Offermans, wanneer deze wordt gefolterd om zo bekentenissen en informatie over de Bokkenrijdersbendes op te biechten aan justitie. Jacobus Offermans bekent onder tortuur dat hij een lid van de bende was en noemt een hele reeks aan namen, die volgens hem ook betrokken waren bij overvallen door de bende. Hij wordt eind september 1776 veroordeeld en aan de galg bij de Zeekoel bij Brunssum opgehangen. Gelukkig voor Mees Bonten kwam er snel hierna een einde aan de strenge processen tegen de Bokkenrijders en werd er met de beschuldiging niks meer gedaan.
In 1782, Mees is inmiddels 67 jaar oud, verkoopt hij samen met zijn zoon Cornelis een deel van zijn land binnen Walem aan de weduwe Joanna Maria Habets, zodat zij in het levensonderhoud van haar weeskinderen kan voorzien.
Een jaar later, op 3 april 1783, verschijnt Mees samen met zijn zwagers Stefan Onnou, weduwnaar van Anna Maria Beaumont, en Lucas Vashouwer, echtgenoot van Sijbilla Beaumont, voor de notaris om de nalatenschap van Elisabeth Erenst, hun schoonmoeder, te verkopen. Elisabeth was reeds in 1766 overleden, maar blijkbaar was haar land niet onder de erfgenamen opgedeeld. Dit bood hen nu de kans om dit in een stuk te verkopen aan Lucas Bonten, waarschijnlijk een zoon van Mees.
Op 13 april 1786 overlijdt Mees Bonten op 75-jarige leeftijd in Walem. Zijn tweede echtgenote, Maria Elisabeth Beaumont, overlijdt ruim negen jaar later op 15 november 1795.
