Op 16 mei 1889 overleed Joanna Maria Bonten, roepnaam Johanna, op de Keutenberg. Johanna werd op diezelfde Keutenberg geboren, zij was het tweede kind van Jan Pieter Bonten (1778-1811) en Maria Anna Jacobs (1788-1857). Op 24 februari 1810 werd zij gedoopt in de kerk van Wijlre. Doopgetuigen bij haar doop waren Bartholomaeus Schoenmakers (1787-1813), een jongere broer van Jan Pieter Bonten, en Joanna Maria Jacobs (geb. 1791), jongere zus van Maria Anna Jacobs.
Johanna Bonten had een oudere broer, dit was Joannes Cornelius Bonten, gedoopt op 24 januari 1809 in Wijlre en overleden op 10 december 1852 in Overeijs. Broer en zus werden opgevoed door hun moeder. Nog geen twee jaar na de geboorte van Johanna Bonten overleed vader Jan Pieter op 15 november 1811 op de Keutenberg. Hij was net 33 jaar oud. Vader Jan Pieter Bonten was ook geboren op de Keutenberg. Bij zijn doop op 17 september 1778 stond geen vader geregistreerd; hij was volgens de pastoor het ‘illegitieme’ kind van moeder Gertrudis Bonten. Als doopgetuigen traden op Petrus Bonten en Lucia Schoenmakers. Petrus Bonten (ca. 1723-1793) was de grootvader van de dopeling en woonde in Sinnich bij Teuven. Lucia Schoenmakers woonde net als moeder Gertrudis Bonten op de Keutenberg.
Bij kinderen die buiten het huwelijk werden geboren, gold dat deze meestal werden vernoemd naar hun ouders. Doopgetuigen bij deze kinderen waren sowieso familieleden van de moeder, vaak ook familieleden van de ‘anonieme’ vader. Gertrudis Bonten trouwde op 2 november 1778, anderhalve maand na de geboorte van Jan Pieter Bonten, met Joannes Schoenmakers. Aangenomen mag worden dat hij ook de vader van het buitenechtelijke kind was. Uit het huwelijk van Joannes Schoenmakers en Gertrudis Bonten zijn de dopen van negen kinderen geregistreerd in Wijlre, alle kinderen geboren tussen 1779 en 1795.
Johanna Bonten wordt vermeld op een plaquette bovenop de Keutenberg (zie onderstaande afbeelding), die daar geplaatst is door de Heemkunde Vereniging van Wijlre.
Op zaterdag 11 juli 1863 brak om ca. 15:30 brand uit op de Keutenberg, dertien woningen brandden daarbij af; de hele Keutenberg was verwoest. De grote omvang van de ramp was mede te wijten aan het ontbreken van bluswater, omdat de waterpoelen door aanhoudende droogte waren opgedroogd. Er kon worden vastgesteld dat de brand was ontstaan op de mesthoop van het huis van Johanna Bonten. De totale schade werd door burgemeester P.H. L’Ortye geschat op fl. 12.458. In 12 omliggende gemeentes zijn inzamelingen gehouden voor de gedupeerde slachtoffers.

Op de plaquette staat ook aangegeven wie er tijdens de brand van 1863 naast Johanna Bonten nog meer op de Keutenberg woonden, in de onderstaande uitvergroting is dit beter te lezen:

Van de namen op de kaart hebben er enkelen connecties met de families Bonten en Schoenmakers. Maria Josepha Gusting (1) was een dochter van een van de twee Lucia Schoenmakers’ die eerder op de Keutenberg woonden. Pieter Nicol (4) was een neef van Johanna Bonten; zijn ouders waren Servatius Nicol uit Aubel en Maria Agnes Bonten uit Sinnich, zus van Johanna’s moeder Gertrudis.
Elisabeth Caubo (8) was een nichtje van Joanna Catharina Caubo (1742-1829), de tweede echtgenote van Jacobus Bonten (1733-1820). Jacobus liet na zijn dood al zijn bezittingen aan zijn tweede echtgenote na. Na haar dood zijn haar bezittingen overgegaan op haar directe familie en heeft Elisabeth Caubo (1788-1867) samen met haar man Mathias Helgers (1789-1865) intrek genomen in de boerderij op de Keutenberg.
Johanna Bonten bleef haar hele leven ongehuwd en was kinderloos toen zij in 1889 overleed. Haar broer Joannes Cornelius Bonten, die naar Overeijs verhuisde, kreeg minstens vier kinderen. Van hem zijn er tegenwoordig nog nakomelingen die in de regio wonen.