Vandaag 247 jaar geleden, op zaterdag 28 september 1776 keek een verzameling mensen op de Zeekoelen toe hoe de benen van Antoon Bosch in de lucht bungelden. Niet vanaf een springplank boven zwembad de Zeekoelen, maar hangend aan een touw aan de galg die daar destijds stond. Vier dagen eerder was Antoon Bosch namelijk door schout en schepenen van Schin op Geul ter dood veroordeeld voor misdaden die hij zou hebben begaan als lid van de beruchte Bokkenrijders.

Deze Antoon Bosch werd geboren in Simpelveld, waar hij op 20 september 1719 werd gedoopt in het bijzijn van zijn trotse ouders Hendrik Bosch en Maria Bischoff en de getuigen Frans Willem Slegtriem en Jan Schutz. Antoon was het vierde kind uit het gezin, eerder werden al Catharina Elisabeth (1714), Joannes (1715) en Maria Elisabetha (1717) geboren. Na Antoon werden ook nog Gertrudis (1724) en Maria Catharina (1726) geboren. Antoon werd vernoemd naar zijn grootvader aan vaders kant, Antoon Bosch, die samen met zijn vrouw Elisabeth Schepers in de parochie Klimmen woonde. Grootvader Antoon kreeg twaalf kinderen, negen jongens en drie meisjes. Een van deze zonen droeg ook de naam Antoon Bosch (geboren 1709), die later onder de bijnaam “De glaeser van Heeck” bekend werd als een van de leiders van een van de Bokkenrijdersbendes uit de 18e eeuw. Deze specifieke bende herbergde meerdere familieleden en aangetrouwde familieleden van de familie Bosch, gezien de arrestaties en veroordelingen die plaats vonden.
De Antoon Bosch die in Simpelveld werd geboren, verhuisde na verloop van tijd naar Trintelen, dat viel onder de naastgelegen parochie Eys. Toen Antoon 22 jaar oud was, overleed zijn moeder in Simpelveld op 6 juni 1742. Bijna drie jaar later, op 20 april 1745, overleed zijn vader Henricus te Simpelveld. Later leerde hij Anna Maria Cuijpers kennen, dochter van Leonard Cuijpers en Anna Vincken. Anna Maria was afkomstig van Schin op Geul, waar zij op 10 januari 1734 werd gedoopt, ze was dus ruim 14 jaar jonger dan Antoon. Op 24-jarige leeftijd trouwde zij op 29 oktober 1758 met Antoon Bosch. Het echtpaar vestigde zich in Walem, in het gedeelte dat onder de parochie Schin op Geul viel. Dit deel van Walem stond ook bekend als “Spaens Walem”, omdat Schin op Geul onder Spaans gezag viel. Het iets noordelijker gelegen deel van Walem, bovenop de heuvel, viel onder Klimmen en stond daarmee onder Hollands, Staats gezag. Enkele dagen na het huwelijk werd meteen al hun eerste kind geboren, Henricus Bosch, vernoemd naar de vader van Antoon. Hij werd op 8 november gedoopt in de kerk van Schin op Geul, een van de doopgetuigen was de jongste zus van Antoon, Maria Catharin Bosch. Op 3 februari 1760 werd in Schin op Geul hun tweede zoon gedoopt, Leonard, vernoemd naar de vader van Anna Maria Cuijpers. Peetoom werd Antoon Bosch, de glaeser van Heeck; peettante werd Antoons zus Gertrudis Bosch. Op 11 november 1761 verschenen Antoon Bosch en Anna Maria Cuijpers weer aan het doopvont, deze keer met een dochter: Anna Maria Bosch. Op 9 februari 1764 werd de derde zoon van het gezin gedoopt: Antoon Bosch. Tussen de doop van Antoon en de doop van de volgende zoon op 1 december 1766 is de eerstgeboren zoon van het gezin overleden, want de volgende zoon kreeg weer de naam Henricus mee. Op 4 februari 1769 werd dochter Anna Lucia Bosch gedoopt in de kerk van Schin op Geul. De laatste zoon van het gezin, Willem Bosch, werd op 28 december 1770 gedoopt in de kerk van Schin op Geul.
Gedurende de tijd dat Antoon Bosch in Walem woonde, was hij daar werkzaam als timmerman en dagloner. In 1775 wordt zijn nicht Gertrudis Bosch, dochter van Antoon Bosch “De glaeser van Heeck” opgepakt vanwege deelname aan overvallen door de bende Bokkenrijders, waarvan haar vader de aanvoerder was. Wanneer zij voor de tweede achtereenvolgende dag met folteringen wordt verhoord op vrijdag 24 maart 1775 om negen uur ’s ochtends, wordt plotseling ook de naam van Antoon Bosch uit Walem genoemd als zijnde een bendelid:
Vervolgens de omstandigheeden van den hier voren bekenden diefstal geperpetreerd bij den eremit op den Schaesberg, en waerbij de gedetineerde verklaert heeft geassisteert te hebben, hervat: segd den gedetineerde dat alsnog als Complicen bij voorzegde Diefstal geassisteert den Jood Nathan, met nog eenigen aen de gedetineerde onbekenden Jooden,
30 den Vilder van den Lommelenberg,
Hend. Ackermans,
Lambert Ackermans.
Dat degeenen welke bij den Diefstal bij Frissen geassisteert hebben, voor soo verre deselve hier reets niet genoemt, ook hier bij deesen diefstal geweest sijn, den welken sijnde aen de gedetineerde, de naemen der Complicen bij Frissen genoemt, sijn worden voorgelesen.
31 Verders verklaerde dese dat nog geassisteert Wouter Mevissen, denwelke thans bij Theunissen te chapel voor knegt woont, gekleed in een blauwen keel en gewapent met eenen flindte;
32 Cobus de veldboode te Spaens Walem wonende,
33 Anton Bos van Spaens Walem,
beijde gekleed in blauwe keelen en met stocken bewaepent,
34 Anton Brassé, thans gedetineerde alhier,
35 Joannes Geerlings van’t Hollants Walem, soo de gedetineerde vermeent, egter segt de gedetineerde wel te weeten dat voorszegde J. Geerlings alias Daemen Henske onder de bende gehoort;
36 Pieter Gelders;
37 Joannes Drummen, schoonzoon van Anton Emonts soo de gedet. vermeent;
38 Peter Vlecken van Walem;
en meer andere Complicen welke de gedetineerde segt niet gekent te hebben.
Dat haer gedetineerdes vaeder, ontrent den selven avont van den diefstal aen de gedet. gesegd van meede die nagt uijt te gaen, sonder gesegt te hebben waernaer toe. Dat haer vaeder een blauwen manskeel, welken keel iemand vreemt in huijs gebrogt, gegeven hadde; seggende treck dien aen; de gedetineerde gevraegd waeromme sij desen keel soude moeten aentrecken, haer vaeder geantwoord, doet dat op dat Uw de Luijdens niet kennen; dat haer vaeder haer gedetin. de haere hadde doen aflaeten
en dezelve op sig mans gebonden hadde, en haer een mans hoed, die rontom afgelaeten, opgeset hadde. Dat voorzegde Backbiers tegenwoordig geweest, doens sij gedetineerde haer soo verkleed gehad hadde.
Dat sij gedetineerde met haere vaeder en de Backbieren en nog eenige Heecker, uijt hun huijs naer den Schaesberg gegaen sijn, neemende den weg over den voetpad door Gerke Siebens weiden aen of ontrent de Capelle komende.
Dat sij aldaer voorzegde Complicen gevonden. Dat eenige der Complicen haer gedetineerde op schildwagt, en wel cort aen den bosch aen den voetpad, gesteld hadden.
Dat haer vaeder met de verdere Nachtsdieven daerop naer de Cluijs toegegaen, konnende de gedetineerde niet seggen hoe sij mackers ingekomen sijn, dog dat sij kort daeraen in de eremitage heefd hooren deerlijk hulp roepen.
Dat naer eenigen tijd op schildwagt gestaen te hebben, alle de mackers tesaemen bij haer gedetineerde sijn gekomen en dat een ieder naer huijs is gegaen, de gedetin. met de Heeker den weg dien sij gekomen waeren.
Dat de Jooden packen gedraegen, dat haer vaeder soo sij vermeent ook een pack gedraegen heefd, dat in voorzegde packen het kercke goed van d’eremitage en wat verder hunne roofsugt gevonden, geweest is.
Dat alles bij den Jood Nathan is worden in huijs gebrogd, en aldaer is worden verdeelt, dat haer vaeder meede in s’Jooden huijs om bij de verdeelinge te weesen.
Dat sij gedetineerde naer haer huijs is gegaen, konnende dus niet seggen wat aldaer te weeten bij den Jood is verdeeld geworden, en wie van haer mackers bij de verdeelinge verders present is geweest.
Corrigendo segt de gedetineerde dat all het gestoolene van deesen diefstal naer dat het was worden naergesien, door voorzegde Jooden is worden verkogd, soo sij meent te Aken, en het geld is worden verdeeld.
Dat sij gedetineerde bij desen diefstal gewaepent is geweest met eenen stock, haer vaeder, Gerit Sijben en meer met flinten, d’rest met stocken.
En segt de gedetineerde niets van deesen diefstal geprofiteert te hebben, om redenen dat sij haer vaeder berispt hadde dat hij de eremiten hadde helpen besteelen, hierome haer vaeder haer niets gegeven hadde.
Verders de gedetineerde gevraegd bij welke diefstallen sij verders geassisteert, verklaert bij geene dan voorzegde meer present geweest.
39 En segt dat als nog Complice der bende geweest
Jacobus Schosmans, glaeser te Herlen.
Ex art. 8 van … de gedetineerde gevraegd naer het opperhofd hunner bende, verklaert dat den chirurgin Kerkhofs voor soo verre sij weet het hoofd der bende dezes lants geweest, want dat sij sulx van haer vaeder gehoort hadde.
Dat wel verscheide vreemden van tijd tot tijd bij haer vaeder waeren gekomen, dog dat haer vaeder altoos alleen met die Vreemden gesprooken hadde.
En versoekt de gedetineerde dat men dog haere moeder niet te hard soude vallen, also deselve nieverants meede bij een diefstal geweest was. en dat de moeder ook niet van alles onderregt was, wat den vaeder voor euveldaeden gedaen hadde.
Naast Gertrudis Bosch noemden ook nog enkele andere opgepakte Bokkenrijders Antoon Bosch van Walem als mede-bendelid. Gevolg was dat er vanuit de Staatse landen een verzoek richting de Spaanse landen ging om Antoon Bosch uit te leveren. Er gaat echter bijna een jaar tijd overheen voordat schout en schepenen van Schin op Geul tot actie overgaan. Bijna een jaar later wordt Antoon op 5 februari 1776 gearresteerd en overgebracht naar de kerkers van kasteel Amstenrade. Om tot een veroordeling en een bestraffing te komen in die tijd, moest de verdachte bekennen. Om tot een bekentenis te komen, werden er eerst een zogenaamde “Interrogatoriën en Responsie” uitgevoerd. Dit moest binnen 24 uur na de arrestatie (Apprehensie) gebeuren. Schout en schepenen stelden een lijst van vragen op, waarop de verdachte vervolgens antwoord moest geven. Leverde dit geen bekentenis op, dan ging men over naar “Territie en scherp examen”. Tijdens deze fase van ondervraging werd er gebruik gemaakt van folterwerktuigen. Men ging dan echter niet lukraak een foltering toepassen, het gebruik van folterwerktuigen was namelijk aan regels gebonden. Er waren drie graden van foltering; 1e graad was het toepassen van de duimschroeven, waarbij de duimgewrichten werden samengeperst.

De 2e graad was de Spaanse Stevel; de verdachte kregen twee platen om de benen geplaatst, vervolgens werden deze steeds strakker om de benen aangedraaid, waardoor de onderbenen gekneusd werden.

Tot slot volgde als derde graad de wipgalg. Hierbij werden de armen van de verdachte op de rug gebonden, vervolgens werd de verdachte aan zijn armen opgetild aan een galg, waardoor hij of zij los van de grond kwam te hangen. Om de pijn te vergroten werden vervolgens ook nog eens gewichten aan de voeten gehangen.

Tijdens deze folteringen waren schepenen, secretaris en een chirurgijn aanwezig; de schepenen om de vragen te stellen, de secretaris om de antwoorden van de verdachte op te schrijven, en de chirurgijn voor de medische zorg. Legde de verdachte een bekentenis af, dan werd het verhoor na voltooiing van de bekentenis gestopt. Vervolgens volgde dan 24 uur later de zogenaamde “Recollectie”: De bekentenis werd aan de verdachte voorgelezen en daarna kreeg de verdachte de mogelijkheid om deze bekentenis te ondertekenen, òf om de bekentenis te herroepen. Herriep de verdachte de bekentenis, dan volgde nog één keer een territie met scherp examen.
Bekende de verdachte na een tortuur niet, dan was er geen bekentenis en kon er dus ook geen vervolging plaatsvinden en moest de verdachte worden vrijgelaten.
In het geval van Antoon Bosch werd het scherp verhoor uitgevoerd op 29 en 30 april 1776, waarbij gebruik werd gemaakt van de duimschroeven en de Spaanse Laars. Er volgde een bekentenis, maar tijdens de recollectie herriep Antoon zijn bekentenis. Dit had als gevolg dat hij nog eens werd verhoord, waarna hij op 3 mei 1776 alsnog een bekentenis ondertekent. Hierbij verklaarde hij dat hij door zijn oom Antoon Bosch was gerekruteerd voor de Bokkenrijdersbende.
Extract uit de personeele
Responsiven gedaen
……Ter instantie
Van d’Heer C.L. Limpens
Crimineelen oficier der
Heerlt Schin op geul
nom. officii Claeger
Ten Overstaen van d’Heer
advocaat Hagens adviseur
ten desen, de Schepenen
Wijnants, Jacobs, Kornips
Horstmans, Lindemans
et DeLacroix Secret.
……door
Anthon Bosch gedetineerde
en beclaagde
Extraordinarie te casteele van Amstenraedt
hac 29na aprilis 1776 hora 10ma
Is van Wegens den Heer Claeger voor ons gesisteert
geworden ende heeft gecompareert den gedetineerde
Anthon Bosch, aen denwelcken voorgelesen sijnde het
decreet van scherper examinatie in judicio beraemt op
den 25 deses maends april en aengemaend sijnde van de
oprechte waarheijt te sullen bekennen, heeft naer
voorgaende vruchteloose territie in negativis blijven
persisteeren, en is dienvolgens op den stoel gebonden
geworden ende aen hem de duijm schruijve opgestelt 10
minuten naer 10 uijren en voorders een quaert voor half
elf uijren is aen hem de rechte scheen schruijve
geappliceert ende deese opgehadt hebbende ontrent
eene halve uijre heeft den gedetineerden bekent ende
verclaert van te gehooren tot de bende nachtdieven en
daertoe verleedt te sijn door Anthon Bosch den gelaeser
uijt de Heeck etc. etc.
Continuatie van verhooringe
en personeele responderingen
bij scherper examinatie gedaen>
door den gedetin. Anthon Bosch
Ten overstaen van d’Heer advocaat
Hagens als adviseur en de Schepenen
Horstmans, Lindemans en
DeLacroix secretaris
Extraordinarie hac 30 aprilis 1776 hora 10ma
Is van wegens d’Heer Claeger voor ons gesisteert den
gedetineerden en beclaegden Anthon Bosch,
denwelcken aengemaend zijnde van verders de opregte
waerheijt te bekennen, heeft geweijgert iets verders te
willen bekennen ende geseijt dat hem wegens de
diefstallen ende den tijdt dat deselve souden geschiet
sijn niet konde errinneren; waerom aen denselven sijn
voorgelesen worden de naerdere interogatorien ten
sijnen laste geexhibeert den 20 meert 1776. Edog niet
willende bekennen is denselven wederom op den stoel
van torture gebonden en de duijm schruijve geappliceert
worden ten hal elf uijren ende een quartier uijr daer naer
de rechte scheenschruijve ende alnoch blijvende
ontkennen is aen den gedetineerden de lincke scheen
schruijve geappliceert drij minuten voor elf uijren. Als
wanneer denselven bekend heeft door Anthon Bosch
den gelaeser uijt de Heeck tot de bende nagtdieven
verleijd geweest te sijn zedert de 22 of 23 jaeren geleden
en sulcx ter occasie dat hij gedetineerden eene kaar kolen
gehaelt hadde voor den gelaeser voors. Over sulcx
corrigerende hetgene hij gedetineerden bij sijne
responsiven op gisteren gedaen geseijd hadde
noepende den tijd dat hij tot de bende geraekt is.
Ende heeft geseijt dat onder hunne bende waeren
gehoorende de volgende
uijt de Heeck etc.
Walem
14 Simon Vlecken gedetineerde alhier
15 Jacobus Offermans gedetineerde alhier
Continuatie van verhooringe
en Responderingen
Eodem die hora medio
tertiae post meridiem
Is van wegens d’Heer Claeger wederom voor ons
gesisteerd den gedetineerden Anthon Bosch
denwelcken verclaert heeft nog verders onder hunne
bende te gehooren de volgende N. N. N. &
Concernentes
30 Sijen Hensken in de wandelinge oock het Mopken,
siende bijsichtig, meenende dat een oog in het tuijnen
verlooren heeft; oock wel in de wandelinge genoemt het
Scheel Hensken, wonende in de gatz tot Walem doende
boerewerck en getrouwt met Lucie
N N N N – – – – – – – Etc.
Continuatie van verhooringe
en Responderingen
Extraordinarie op 1 meij 1776
hora 10ma
Is van wegens d’Heer Claeger wederom voor ons
gesisteerd den gedetineerden Anthon Bosch ten eijnde
van verders de waerheijt te bekennen denwelcken heeft
verclaert dat nog onder de bende van dieven waeren
gehoorende N N N N Etc
bij d’Eremieten op den Schaesberg En dus overgaende tot het detailleeren der verdere
diefstallen soo verclaerd den gedetineerden pligtig te
staen aen de diefstal
bij d’Eremieten op den Schaesberg
tusschen den 15 en 16 meert 1761. Bij welcken diefstal
den beclaegden heeft sien assisteeren Anthon Bosch, den
gelaeser; Nijst, Stas en Gerit Packbier, Reiner Sijben,
Anthon aen de put; Matthis de haekworst; alle uijt de
Heeck. Jacobus Offermans, Simon Vlecken, Sijen
Hensken, NN en meer amdere aen hem onbekende
complicen en dan noch den Moex doens wonende tot
Margraten.
Tot welcken diefstal hij beclaegden het eerste
aengesproocken is worden door Stas Packbier drij
daegen voor het perpetreeren derselve etc.
Dat Stas Packbier S’avondts voor het begaen van den
Diefstal aen des beclaegdens huijs koemende tot hem
seijde dat des daegs daeraen volgende S avonts ontrent
tusschen 10 en 11 uijren moeste koemen naer den
Schaesberg en mede brengen de andere complicen van
Walem.
Den beclaegden sulcx aengenoemen hebbende S’avonts
een wenig naer negen uijren voor eerst aengeroepen
heeft Sijen Hensken en NN. Dat Simon Vlecken ten sijns
beclaegdens huijsegekomen was hem uijt sijn huijs
roepende en vraegende of het tijdt was van te gaen naer
den Schaesberg om geldt te haelen. Dat sij naer de twee
voorschrevene aengeroepen hebben, onder hun vieren
gegaen sijn door den den soogenoemden cleenen of
moelenwegh tot ontrent de cluijs. Alwaer koemende
hebben vinden staen Stas Packbier, tot hem beclaegden
seggende dat soude blijven staen, en sulcx ontrent de
cluijs op de wegh aen de kant van den Bosch. Dat Stas
Packbier beneffens Simon Vlecken, NN. en Sijen
Hensken op de cluijs aengegaen is. Sonder te konnen
seggen of gemelte complicen van Walem in de cluijs
geweest sijn ofte niet. Etc.
Dat hij beclaegden naer ontrent een uijr op schiltwagt
gestaen te hebben van den kant van de cluijs heeft sien
afkomen voorsegde Heeker, Walemmer en andere
onbekende complicen Etc.
Dat hij beclaegden beneffens NN, Sijen Hensken en
Simon Vlecken gegaen is door den selven weg naer
Walem door welcken in het daer henen gaen gekoemen
is Etc.
Dat onderweghs N.N. en Sijen Hensken aen hem
beclaegden verhaelt hebben dat den jongen Eremijt hem
dapper verweert hadde en bij soo verre den ouden in
eenen sulcken staet geweest was aldan veel geleden
souden hebben. Gelijck mede, dat de Eremijten starck
gebonden en seer geslagen sijn worden. Niet wetende
nogtans hoe en op wat maniere de medemackers in de
cluijs geraekt sijn. Etc.
Continuatie van verhooringe
en personeele Responsieven
Eodem die post meridiem
hora medio tertiae
bij d’Heer Pastor tot Margraten Is van wegens d’Heer Claeger wederom voor ons
gesisteert den gedetineerden en beclaegden Anthon
Bosch den welcken heeft verclaert pligtig te staen aen
den diefstal begaen
bij d’Heer Pastor tot Margraten
in den herfsttijdt niet veele jaeren geleden.
Dat hem beclaegden den eersten aenslag daertoe
gegeven hadde Heintje van Aelbeek, eenen
kinckevoerder, ter occasie denselven op eenen maendag
van Aubel door Walem passerende en doens aen hem
beclaegde geseijd hadde dat sij eens ieverant naer toe
moesten gaen. Sonder hem doens te seggen waer naer
toe, maer dat hij hem sulcx naerderhand soude seggen.
Dat in deselve week voorsegden Heintje wederom van
Aubel koemende ende passerende door Walem hem
beclaegde en de verdere gesellen van Waelem op den
daer volgende maendag souden koemen naer Margraten
en dat het voornoemde Heintje , van Aubel dien selven
avond terug koemende met sijne peerden, hem aldaer te
Margraten soude ophouden en hun verwagten. Dat op
het vallen van den avond Simon Vlecken hem
beclaegden aen sijn huijs was koemen aenroepen
waernaer sij beijde te saemen Sijen Hensken, Jacobus
Offermans etc. en van aldaer voortgegaen sijn op Schin
aen en aldaer ingekeert bij den Mocx. Alwaer een luttel
verbleven sijnde nogh 5 of 6 onbekende bijgekomen
waeren, egter wel gehoerd te hebben dat deselve van
Haesdael en Genhout waeren. Dat den Beclaegden uijt
het huijs van voorsegde Mocx alleen gegaen is naer
Strucht ende aldaer heeft gaen aenroepen N. N. N. en N.
Dat de gedetineerden met de vier laetstgenoemde
gegaen was naer Margraten ende over weghs komende
tot aen Termaer, aldaer hadden vinden staen de
voornoemde complicen, die hij gedetineerden in het
huijs van voorsegden Mocx gelaeten hadde, en daerbij
nog gevonden eenige van Wijlre als naementlijck N, N,
N etc. en nog meer andere aen hem gedetineerden
onbekendt. Dat sij gesellen van aldaer gesamentlijck
opgegaen sijn naer Margraten langs het huijs alwaer den
Mocx gewoont hadde op de pastorie aen etc.
Dat gekomen sijnde tot ontrent de pastorie hij
gedetineerden aldaer op schiltwagt gestelt is worden in
de dorp straet ontrent 50 passen van de pastorie af door
eenen van het Rittersbeek….Etc.
Dat den gedetineerden nu voorders verhaelende het
gene hem bekent is van de omstandigheden van desen
diefstal, segt dat eenigen tijd op sijnen post gestaen
hebbende, hadde horen hulp roepen ende immediatelijck
op de clock van de kerck slaen ende alarm maeken. Waer
op de gesellen all te saemen weghgeloopen sijn, ende hij
gedetineerden eensgelijcks wegh geloopen is naar
Termaar door denselven weg waer door gekoemen was.
Konnende den gedetineerden geene verdere
omstandigheden opgeven als dat wel gehoort hadde een
of twee daegen daer naer van voorsegden Sijen Henske
dat den Mocx door dien sij verjaegd waeren geworden,
een pack hadde moeten agterlaeten, maer dat eenige
packskens waeren medegenoemen door de complicen
van Wijlre Etc.
bij Martinus aen de handt
Verders verclaerd den gedetineerden nog geassisteert te
hebben aen den Diefstal begaen
….bij Martinus aen de handt
over ontrent 14 jaeren geleden. Dat daerbij heeft sien
assisteeren Simon Vlecken, Jacobus Offermans en Sijen
Hensken, alle drij van Walem; Willem N. 20 en Peter N. 21
beijde van Cunder; den gelaeser van Herle, doen ter tijdt
woonende tot Herle in het cruijs en eene menigte
onbekende complicen.
Tot begaen van alwelcken diefstal den beclaegden het
eerste aengesproocken is worden door gemelte gelaeser
van Herle Etc.
Wesende sulcx ontrent agt daegen voor het begaen van
den diefstal. Tot hem beclaegde seggende dat hij op den
dag, alsdoen door den gelaeser bepaelt en door langheijt
van tijdt aen den beclaegden vergeeten, s’avonts wat
vroeg naer de handt moeste koemen en teffens Simon
Vlecken, Jacobus Offermans en Sijen Hensken
adverteeren van ten daege door hem bepaelt mede te
koemen. Den Beclaegden sulcx aengenoemen en
voorsegde drij persoonen geadverteert hebbende om
mede te gaen, is op den bestemden avond ten huijse van
den beclaegden gekoemen in het aenkoemen van den
avond Simon Vlecken. Met welcken hij beclaegde
gegaen is naer het huijs van Sijen Hensken en aldaer in
een gätsken heeft vinden staen gemelten Sijen Hensken
en Jacobus Offermans. Met welcke hij beclaegde gegaen
is over de driesschen over de Ubagsberg langs
Simpelvelt over de huls en moesberg tot op den
Landtgraef en soo volgens den landt graef door den
gemeenen weg van Herle komende. Welcken sij
ingevolgt hebben tot aen het huijs van Martinus aen de
handt. Daer koemende gesien heeft eene menigte
complicen en, onder andere aen hem onbekende,
voorschreven gelaeser van Herle en dan eenen van
S’Hertogenraede welcken geseijt wierd eenen doctor te
wesen, nochtans niet te weeten hoe denselven hem
noemde, maer sulcx allenelijck gehoort te hebben van
gemelte gelaeser van Herle. Wesende dien doctor
middelmaetig van postuijr en gekleedt met eenen
rooden surtout als eenen Heer.
Dat gemelte gelaeser van Herle hem gedetineerden in de
weijde ontrent het vauweren op schilwagt gestelt heeft,
seggende hij gedetineerden soude daer maer moeten
blijven staen vermits het huijs en mesthof genoegsaem
van complicen vervult was. Niet wetende waer de andere
medemackers van Walem gebleven waeren.
Dat hij beclaegden in dien tusschen tijdt een groot
gedruijs in het huijs gehoort en ontrent eene halve uijr
op schiltwagt gestaen hebbende op de clock tot Bergh,
niet verre van daer gelegen heeft hooren slaen. Als
wanneer de gesaementlijcke complicen de vlugt
genoemen hebben en hij beclaegden beneffens de
genoemden van Walem sijne terugreijse naer huijs
genoemen heeft door denselven wegh welcken in het
daer henen gaen gekoemen waeren Etc.
kercke tot Alden Valckenborg
Verders verclaerd den gedetineerden alnoch pligtig te staen en handtdaedig te sijn geweest aen den violenten
diefstal en inbreuck gecommitteert over 14 of 15 jaeren in
de kercke tot AldenValckenborg
Dat daerbij heeft sien assisteeren en handtdaedig daer
aen wesen Anthon Bosch den gelaeser uijt de Heeck, Reiner Sijben, Gerit Packbier, 50 Gerit Sijben, Stas en
Nijst Packbier, den armen man, Matthis de hackworst,
alle uijt de Heeck; N.. N… Simon Vlecken, Jacobus
Offermans, Sijen Hensken, 52 Lenaerd Didden alias
Swartleentje, N. N. N. N. N. N. etc. en nog meer andere
aen hem onbekende Complicen
Tot perpetreeren van alwelcken diefstal den beclaegden
het eerste aengesproocken is worden door Lenaerd
Didden alias het Swart Leentje ontrent drij daegen voor
het begaen van voorschreven diefstal etc.
Als wanneer Lenaerd Didden tegens hem beclaegden
seijde of hij mede wilde gaen naer Alden Valckenborg
om de kerck te helpen besteelen etc.
Alwelck door den beclaagden is worden geaccepteert,
sonder dat doen ter tijd bepaelt is worden den dag en
uijre wanneer gemelte diefstal soude geschieden,
seggende Lenaerd Didden dat eerste met de andere
moest spreeken.
Dat twee dagen voor het perpetreeren van den diefstal
den beclaegden gekomen is in het velt agter des
beclaegdens huijsweijde gelegen, alwaer gevonden
heeft Lenaerd Didden aen desselfs Landt werckende,
welcken tot hem beclaegde seijde met de Heecker en
Strugter complicen gesproocken te hebben, met
dewelcke vastgestelt was om op de derde nagt daer aen
volgende gemelte diefstal te gaen bedrijven.
In welcken tusschen tijd den beclaegden Simon Vlecken,
Sijenhensken en Jacobus Offermans hun
ondersproocken hebben om op den bestelden avond te
koemen ontrent het huijs van Sijen Hensken op dat niet
noodigh was dat den eenen in het huijs van den anderen
om malckanderen aen te gaen roepen souden. Welck
dan agtervolgt sijnde sij hun Savonds laet in den avond
hebben laeten vinden op de bestemde plaetse en soo
volgens saemender handt door des beclaegdens weijde,
alwaer eenen voetpad gaet, gegaen sijn en denselven
vervolgende tot aen den Schaesberg, van waer gegaen
sijn langs de heijde over den witten berg af tot aen het
crucifix van Schaloun. En daer ontrent wat meer naer
den kant van Schin hebben vinden staen Lenaerd
Didden, Joannes Geerlings en Arnold Lassauw, met
dewelcke, naer sigh wedersijdts den goeden avondt
geseijd te hebben, gegaen sijn langs Schaloun tot in het
velt op den voetpad loopende tot aen de weijde van
Frans Wetzels, en sulcx om te sien of de Heeker en
andere complicen daer waeren etc.
Als wanneer tusschen Anthon Bosch de gelaeser en
Lenaerd Didden raedt geslaegen en verordonneert wierd
om houter te gaen haelen om de staeven in de kerck
venster te forceeren. Dat daertoe door voorsegde twee,
Anthon Bosch en Lenaerd Didden verordonnert wierd om
houter aen Schaloen te gaen haelen, nogtans den
beclaegden niet wetend of deselve houter aen Schaloen
of elders sijn worden gehalt, nogh door wie Maer wel
dat houter gebrogt sijn worden, soo vermeend een door
Stas Packbier. Welcke houter soo dick, ja dicker als des
beclaegdens been waeren. Wanneer saemenderhand
naer de kerck toe gegaen sijn etc.
Dat alsdoen tusschen hun vastgesteld en besproocken
wierd om de ijsere traillens ontrent de choor aen de
sacristije naer den kant van Willem Märcken alias den
Velt te forceeren, en alsoo in de kerck te geraeken.
Welck vastgesteld sijnde soo hebben Anthon Bosch en
Lenaerd Didden de posten beginnen uijt te stellen etc.
Dat (naer dat de schiltwagten soo als voorseijd
uijtgesteld waeren) Anthon Bosch de gelaeser het eerste
daer naer Geraerd Packbier ten derden den beclaegden
en ten vierden Reiner Sijben door de opgebroekene
venster in de sacristije geklommen sijn. Hebbende
Anthon Bosch den gelaeser de andere afgeholpen welcke
naer hen door de venster gekroopen waeren. In de
sacristije koemende hebben aldaer alles gestoolen soo
uijt het schap openstaende als elders wat vinden
konden. Etc.
Dat naer aen hunnen roefsugt voldaen te hebben sij
gesaementlijcke complicen van den kerckhof afgegaen
sijn. Neemende die van Strucht hunnen wegh naer den
kant van Strucht en de Heeker, Walemmer en andere
complicen hunnen wegh tot aen het crucifix ontrent den
bosch van Schaloun. Alwaer hij beclaegden uijt handen
van Anthon Bosch den gelaeser voor sijn aenpaert
ontfangen heeft 15 stuijvers. Hebbende de andere
welcke met geene packen belaeden waeren alsdoen oock
uijt handen van genoemden gelaeser uijt de Heek hun
aenpaerrt ontfangen, nogtans niet wetende hoe veel.
Waernaer de Heeker en andere …
Verclaerende verders den beclaegden pligtig te staen
aen den diefstal begaen bij d’Eremijten op den
Schaesberg Etc.
Gelijck mede dat de complicen door hem beclaegden bij
de responsiven opgegeven, waerlijck bij gemelte diefstal
heeft sien assisteeren, blijvende wegens de verdere
omstandigeheden bij sijne responsiven gemelt
persisteeren.
Verders verclaerd pligtig te staen aen den diefstal bij
d’Heer Pastor tot Margraten etc. blijvende voor het
overige persisteeren bij sijne gedaene personeele
responsiven, soo te tegarde van de omstandigheden
als de complicen bij de responsiven gemelt. Etc
Verders verclaerd den beclaegden te persisteeren bij
sijne gedaene personeele responsiven ten regarde
van den diefstal bij Martinus Schröder aen de handt etc.
Soo als oock ten regarde van den diefstal begaen in de
kerck van Alden Valckenborg etc. blijvende voor het
overige persisteeren bij desselfs gedaene personeele
responsiven etc.
En heeft naer duidelijcke voorlesinge van dese sijne
recollectie in alle deelen daerbij blijven persisteeren; ten
eijnde dese gehandtmerckt.
Dit + is het handtmerck van Anthon Bosch Beclaegden
(onderstond) Nobis praesentibus
(waeren geteckent) P.R. Hagens, adviseur
J. Horstmans, scabinus, G. Lindemans, scabinus
F.J.J.H. DeLaCroix, secretarius
Per Extractum quo ad
Clausula Concernentes
F.J.J.H. DeLaCroix, secretarius
Dese extract gecollationeert tegens het
origineel is daermede quo ad clausula
concernentes bevonden te accorderen
Actum 3 october 1776
Quad attestor
H. Wijnants, scabinus
J.J. Habets, scabinus
Na de bekentenis duurde het vervolgens nog enkele maanden tot de definitieve veroordeling van Antoon Bosch uit Walem. Op 24 september 1776 wordt het volgende vonnis geveld:
Vonnis defintiff
in saecke crimineel
De Heer Officier der
Heerligheijt Schin
op de Geul nomine officij
Claeger
Teghens
Anthon Bosch
beclaegde en gedetineerde
Visis actis Schepenen der Heerligheijt Schin op de Geul,
ter maenisse van den presiderende naer ingenomen
advijs van de twee gedenomineerde Rechtsgeleerden,
op al gelet waer op eenigsints te letten stonde ofte
conde moveeren ten defintijven rechtdoende
Verclaeren den beclaegden Anthon Bosch soo bij
eijgene bekentenissen als bij andere legale middelen
en preuven overtuijght van te wesen medelit van eene
talrijcke bende van dieven bij nacht en ten dijen gedaen
te hebben het verbondt en de belofte bij de selve bende
gebruijkelijck ende van geassisteert te hebben aen de
volgende diefstallen en inbreucken en van daer af sijn
gedeelte geprofiteert te hebben
Eerstens
Aen de huibraecke, knevelerije en diefte begaen bij
……….Joannes Frisschen in Ahrensgenhout op de nacht
……….tusschen den 22 en 23° januarij 1760
Tweedens
Aen den diefstal en inbreuck begaen aen de kercke
……….van Aldenvalckenborg op de nacht tusschen den 6°
……….en 7° octobris 1760 en van ten dijen beneffens andere
……….in de selve kercke ingeklommen te sijn
Derdens
Aen den diefstal en inbreuck en knevelerije begaen bij
……….de Ermijten op den Schaesberg op de nacht tusschen
……….den 15 en 16 meert 1761
Vierdens
Aen de huijsbraeke, knevelerije en diefte begaen bij
……….Martinus Schroder aen de handt op de nacht tusschen
………..den 19 en 20 jannuarij 1762
Vijfdens
Aen de violente infractie, knevelerije en diefte begaen
……….bij Henricus Ritsen in het panhuijs tot Wijnandsrade
……….op de nacht tusschen den 19 en 20 april 1762
Sesdens
Aen de huijsbraeke, knevelerije en diefte begaen bij
de Heer Pastor tot Margerathen op de nacht tuschen
den 21 en 22 octobris 1774
Tot reparatie van alwelcke delicten, crimen ende
misdaeden Condemneeren den beclaegden Anthon
Bosch van op eene publijcke plaetse door den
scherprechter aen een galge gahangen ende geworght
te worden tot dat de dood sal volgen, en dat desselfs
doode corpus met eene keting daer aen gehecht sal
blijven anderen ter exempel en tot afschrick
Confisqueerende desselfs goederen en effecten ten
behoeve van den gheenen daertoe recht hebende
Vooraf nochtans daeruijt te nemen de costen en misen
van justitie
Aldus beraemt in judicio Extraordinario den 24sten
septembris 1776
J.J.Habets, scabinus
P.Jacobs, scabinus
H.Wijnants…, scabinus
J. Horstmans, scabinus
G.Lindemans, scabinus
FTJH De Lacroix, scabinus
……….et secretarius
Pronuntiatum coram omnibus soo ten Casteele van
Amstenraedt ontrent ten halve thien uijren
als ter plaetse van executie aldaer aen de heijde
voor twaelf uijren 28en septembris 1776
Aldus wordt op 28 september 1776 om twaalf uur het doodsvonnis van Antoon Bosch uitgevoerd, hij laat vrouw en zes kinderen na. Deze zijn er berooid aan toe, aangezien alle bezittingen van Antoon door schout en schepenen worden geconfisqueerd en openbaar verkocht om de proceskosten te dekken. Zijn vrouw Anna Maria Cuijpers overlijdt bijna 26 jaar later op 68-jarige leeftijd in Schin op Geul op woensdag 5 mei 1802.
Zoals eerder gezegd, waren er meerdere personen binnen de familie Bosch die als Bokkenrijder werden veroordeeld. Dit waren:
1. Antoon Bosch (*1709) uit Heek, vermeend leider van de bende
2. Geertruid Bosch (1743-1821), dochter van Antoon Bosch uit Heek
3. Peter Bosch (ca. 1721-1775), neef van Antoon Bosch uit Walem
4. Antoon Bosch (1719-1776), neef van Antoon Bosch uit Heek
5. Joannes Henricus Baden (1714-1775), gehuwd met Anna Catharina Bosch, een nicht van Antoon Bosch uit Walem

Maria Agnes van de Weijer (1914-1980), gehuwd met Jan Willem Bonten (1907-1984) was een directe afstammelinge van de in 1669 te Klimmen geboren Antoon Bosch, de grootvader van de Antoon Bosch waar dit verhaal mee begon.