Op 7 juli 1705 werd in de St. Mauritiuskerk van Schin op Geul Joannes Bonten, roepnaam Jan, gedoopt. Rondom het doopvont stonden pastoor Joannes Stevens, de kersverse ouders Petrus Bonten en Maria Kleijnen en de getuigen Henricus Bonten en Elisabeth Emonts.
Peetoom Henricus Bonten, geboren in 1678, was een broer van vader Petrus Bonten. Peettante Elisabeth Emonts was een oudtante van de dopeling. Zij werd geboren omstreeks 1640 en overleed in 1713 in Schin op Geul. Haar zus, Maria Emonts (ca. 1650-1679) was getrouwd met Joannes Bonten (geboren ca. 1650) en was de moeder van Petrus Bonten (ca. 1675-1728).
Joannes Bonten was het eerste kind van Petrus Bonten en Maria Kleijnen. Petrus en Maria waren in datzelfde jaar op 8 januari in Schin op Geul getrouwd. De uit Simpelveld afkomstige bruid was op dat moment ongeveer drie maanden zwanger. Na hun huwelijk woonde het echtpaar aan de voet van de Keutenberg in het gehucht Engwegen. Na Joannes volgden nog de geboortes van Martinus (1707-1795), Anna Maria (1710-1785) en Bartholomaeus (1714-1786).
Net zoals het gros van de inwoners van Zuid-Limburg waren Petrus Bonten en zijn vrouw Maria Kleijnen werkzaam in de landbouw. Zoon Joannes trad in hun voetsporen en ging aan de slag als boerenknecht in Houthem. Hij was daar werkzaam in de Hoeve Strabeek.
Naar alle waarschijnlijkheid heeft hij via zijn werk in en rond Houthem en Sint-Gerlach zijn aanstaande bruid leren kennen. Rond 1730 is Joannes getrouwd met Anna Maria van der Schuijren, afkomstig uit Houthem, waar zij gedoopt werd op 8 oktober 1698 als dochter van Jacob van der Schuijren en Catharina Kangen.
Op 16 juni 1730 wordt er in Engwegen een tweeling geboren. Geheel in lijn met de klassieke regeltjes voor naamgeving, krijgen de twee jongetjes de namen Petrus en Jacobus, naar hun grootvaders Petrus Bonten en Jacob van der Schuijren. Beide jongens worden tegelijk gedoopt in de kerk van Schin op Geul. Als doopgetuigen worden door de pastoor genoteerd Michael Emonts (1684-1734) bij Petrus en Anna Maria Bonten (1710-1785) bij Jacobus. Michael Emonts was een neef van Joannes’ vader Petrus Bonten. Helaas sterven kort na elkaar beide kinderen van Joannes en Anna Maria; Jacobus overlijdt op 5 juli, 19 dagen oud, Petrus overlijdt op 29 juli 1730.
Bijna anderhalf jaar later staan Joannes en Anna Maria weer aan het doopvont. Op 16 november 1731 wordt wederom een zoontje gedoopt dat de naam Petrus krijgt. Als doopgetuigen treden nu de oom Martinus Bonten en tante Catharina van der Schuijren (1700-1779) op. Helaas wordt ook dit kind niet oud; op 4 december 1731 wordt zijn overlijden genoteerd in het sterfboek van de St. Mauritiuskerk in Schin op Geul.
Op 26 april 1733 wordt opnieuw een kind gedoopt in Schin op Geul. Jacobus Bonten krijgt als peetouders Goswinus Schreurs en Anna Maria Bonten. Goswinus Schreurs, roepnaam Goessen, was een aangetrouwde oom; hij was op 23 februari 1725 in Wijlre getrouwd met de eerder genoemde Catharina van der Schuijren, een zus van Anna Maria.
Na Jacobus wordt op 1 mei 1736 nog een zoontje geboren en in Schin op Geul gedoopt. Dit kind krijgt weer de naam Petrus, peetoom wordt oom Bartholomaeus Bonten. Deze Petrus komt echter ook weer vroeg te overlijden, aangezien het volgende zoontje op 26 juli 1743 ook weer de naam Petrus krijgt. Bij zijn doop treedt als doopgetuige aangetrouwde oom Joannes Queijssen (1708-1778), gehuwd met Anna Maria Bonten op. Daarnaast staan ook nog Anna Catharina Wouters (geboren in 1711), verwant via de familie Emonts en ene Ida Hermens aan het doopvont als getuige.
Tussen de twee Petrussen door wordt er ook nog een Maria Catharina Bonten in Schin op Geul gedoopt op 9 april 1738. Van haar zijn verder geen registraties teruggevonden, waarschijnlijk is ook zij op jonge leeftijd overleden.
Joannes Bonten was met enige regelmaat bij notarissen rondom zijn woonplaats te vinden. Op 28 oktober 1740 verschijnt hij bij notaris Philippens in Houthem. Hij verkoopt dan een stuk land, via zijn vrouw in zijn eigendom gekomen, aan Willem van der Schuijren (1686-1763), een neef van zijn vrouw Anna Maria. Op 27 juli 1744 verschijnt hij voor dezelfde notaris, ook nu weer om land dat zijn vrouw had geërfd te verkopen. De koper is in dit geval Jan Collaris met zijn vrouw Gertrudis van der Schuijren, een nicht van Anna Maria van der Schuijren.
Op 7 december 1761 komt Anna Maria van der Schuijren plotseling te overlijden, zij is 63 jaar oud geworden.
Weduwnaar Joannes Bonten ging niet bij de pakken neer zitten. Op 25 oktober 1763 trouwt hij op 58-jarige leeftijd voor een tweede keer. Zijn tweede echtgenote is de 47-jarige Maria van IJseren (1716-1781) uit Ten Esschen, dochter van Nicolaas van IJseren en Sophia Pijls. Zij zal later nog optreden als doopgetuigen bij Maria Catharina Bonten (1763-1782) het tiende kind van Joannes’ broer Bartholomaeus Bonten.
Ondanks de gevorderde leeftijd van Joannes Bonten en Maria van IJseren wordt er toch nog een kind uit hun huwelijk geboren. Op 30 september 1764 wordt Joannes Henricus Bonten gedoopt in Schin op Geul. Doopgetuigen bij zijn doop zijn Anna Maria Bonten (1710-1785), Maria Duijsings en de koster Joannes Kleijntiens.
Tijdens zijn leven in de heerlijkheid Strucht en zijn werk in Houthem was Joannes Bonten duidelijk betrokken met wat er in zijn omgeving gebeurde.
In 1769 wordt Joannes Bonten opgeroepen om op kasteel Oost te verschijnen. De dorpmeester van Strucht had namens de inwoners van de heerlijkheid Strucht bij de Soevereine Raad van Brabant in Brussel een verzoekschrift ingediend tegen de Heer van Strucht, de Baron Von Mettekoven. De bewoners vonden dat zij niet verplicht waren om drie dagen per jaar voor de Baron te werken, ook al kregen zij daarvoor eten en drinken. Door drie van de oudste inwoners van de heerlijkheid Strucht “vrijwillig” een officiële verklaring in bijzijn van een notaris te laten opstellen, wilde de Baron juridisch vastleggen dat de werkzaamheden die de inwoners van de heerlijkheid Strucht voor hem uitvoerden, een zogenaamde herendienst waren en geen vrijwillige werkzaamheden. Op 4 oktober 1769 worden daarom Antoon aen ghen Eijnde (70 jaar oud), Jan Bonten (ca. 60 jaar oud) en Matthis Martens (ca. 60 jaar oud), alledrie geboren en getogen in de heerlijkheid Strucht, op kasteel Oost ontvangen door de Baron in bijzijn van notaris l’Allemand. Zij verklaren daar onder ede dat zij, èn hun ouders voor hen, al hun hele werkzame leven diensten verrichten voor kasteel Oost. Zij geven aan dat ze ieder jaar de volgende werkzaamheden dienen uit te voeren: Ten eerste moeten de inwoners van Strucht ieder jaar drie bunder hooiland hooien. Verder moeten ze jaarlijks één dag helpen met het binnenhalen van het graan. Ten slotte moeten zij ook één dag helpen met het rooien en het vervoeren van wortels. De verklaring geeft ook aan dat deze werkzaamheden verplicht waren. Als iemand niet kwam opdagen om het graan te oogsten, werd er een schilling ingehouden op zijn aandeel in de ‘gemeente graswas’, de opbrengst uit de gemeentelijke weidegrond. Uit de verklaring blijkt dat Antoon aen ghen Eijnde en Jan Bonten niet konden lezen en schrijven, zij onderteken de verklaring met een kruisje.
Het plan van de Baron had effect; op dezelfde datum staat bij dezelfde notaris nog een akte geregistreerd. Waarschijnlijk is notaris l’Allemand samen met de drie ‘dorpsoudsten’ vanuit kasteel Oost direct naar het ‘dwanckpanhuijs’ van Strucht gegaan, oftewel de brouwerij in Strucht waarin alle bewoners hun bier moesten laten brouwen of kopen, zodat de opbrengsten daarvan naar de heer van Strucht gingen. In het panhuis waren 29 inwoners van Strucht verzameld, mannen en vrouwen. Zij leggen een verklaring af dat ze niets met het verzoekschrift te maken willen hebben en niet in proces willen gaan tegen hun gebiedende heer, de Baron Von Mettekoven. Door middel van deze verklaring, opgesteld voor de notaris, trekken zij hun volmacht, die ze aan de procureur Cornelis de Mol gegeven hadden, per direct in. Onder deze notariële akte staan de handtekeningen van zes inwoners en een getuige, de overige 23 inwoners konden niet lezen en schrijven en zetten een kruisje.
Op 7 maart 1770 moet Joannes Bonten wederom opdraven om een getuigenis af te leggen, deze keer gewoon op het kantoor van notaris Philippens in Houthem. Deze keer is er onenigheid ontstaan tussen Bartholomaeus van der Schuijren, een familielid van Joannes’ eerste vrouw, en een niet nader genoemde partij. Hiervoor moet Jan Bonten vertellen wat er gebeurd is terwijl hij werkte voor Hendrik Cleuters. Hendrik Cleuters was de pachter van de hoeve Strabeek, waar Joannes Bonten knecht was. Ook de dienstmeid van destijds, Jenne Ruijpers, is opgeroepen om samen met Joannes Bonten een verklaring af te leggen. Hendrik Cleuters is rond Sint-Jan, oftewel 24 mei, overleden. Uit de kerkregisters van Houthem blijkt dat de pachter is overleden op 7 juni 1731 en begraven op de 10e juni, dus bijna 40 jaar eerder. Na diens overlijden hebben Cornelia Kleuters (zus van Hendrik) en haar man Jan, van wie Jan Bonten en Jenne Ruijpers de achternaam niet meer weten, de oogst binnengehaald van het graan dat nog door Hendrik Cleuters zelf in de zomer en winter was gezaaid. Rond St. Remigius (1 oktober) heeft Jan Bonten als knecht zelf het veld omgeploegd en opnieuw wintergraan gezaaid. De opbrengst daarvan was vervolgens door de nieuwe pachter en de erfgenamen van Hendrik Kleuters in twee gelijke delen verdeeld.
Bartholomaeus van der Schuijren werd op een later moment de nieuwe pachter van de Hoeve Strabeek in Houthem. Mogelijk wilde hij door deze verklaring het gewoonterecht laten vastleggen over de gang van zaken bij het overlijden van de vorige pachter en de komst van een nieuwe pachter.
Twee jaar later, op 19 augustus 1772, wordt er weer een beroep gedaan op het geheugen van ‘de geloofweerdighe manspersoon’ Jan Bonten. Op verzoek van Lambert Lemmens verschijnt Jan Bonten nu voor notaris Hubert Winants in Schin op Geul. Deze zaak draait om Gillis Peters, die land pachtte van Peter Stevens. Bij het begin van zijn pacht, kreeg Gillis Peters een lading stro mee, zodat hij daarmee het land kon bemesten. Stro werd in die tijd in de stal vermengd met de uitwerpselen van de dieren, om daar mest mee te maken. In plaats daarvan heeft Gillis het stro echter gewoon afgevoerd, en niet gebruikt om mest mee te maken. In alle jaren dat Gillis Peters de grond gepacht heeft, heeft hij slechts een morgen grond bemest, en dan ook nog eens slecht. Jan Bonten had dit van horen-zeggen van de gerechtsbode Willem Scheeren, die hem verteld had dat Gillis Peters daardoor ook niet aan zijn betalingen kon voldoen, aangezien het land onvruchtbaarder werd en steeds minder opleverde. Lambertus Lemmens was in dezen waarschijnlijk de volgende pachter, die aan de hand van deze verklaring bevestigd wilde hebben dat zijn land onvruchtbaar was en hij daarom minder pacht diende te betalen.
Op 5 oktober 1779 komt Jan wederom bij notaris Hubert Winants om, samen met Elisabeth Timmers van de Keutenberg, als geheugen van het dorp te dienen. Er is een conflict tussen Peter Schoenmaeckers uit Aken en Lendert Franssen over het eigendom van een schuur op de Keutenberg. Lendert Franssen beweert dat hij de eigenaar is, omdat hij deze van Jan Schepers gekocht heeft. Jan Bonten en Elisabeth Timmers verklaren onder ede dat Lendert Franssen liegt. Volgens hen lag de schuur van Jan Schepers enkele meters verderop, en is de schuur in kwestie onderdeel van het familie-erfgoed van Peter Schoenmaeckers.
Twintig dagen later verschijnt Jan Bonten echter weer voor dezelfde notaris, deze keer om zijn vorige verklaring te herroepen. Hij geeft aan te twijfelen over de exacte locatie van de schuur. Wel herinnert hij zich dat de echtgenote van Jan Schepers in het gebouw van Lendert Franssen naast de schuur is overleden, maar dat hij niet weet of de schuur nu van Franssen of van Schoenmaeckers is.
Op 29 januari 1782 vinden we de laatste registratie van Jan Bonten; in het kerkregister van Wijlre wordt geschreven: Keutenberg, eodem obiit Joannes Bonten 77 annorum, necessariis ecclesiae sacramentis praemunibus, hydrophise sublatus.
Oftewel: op de Keutenberg, is aldaar overleden Joannes Bonten, 77 jaar oud, voorzien van de nodige sacramenten van de Kerk, weggenomen door waterzucht.
Blijkbaar is Jan in zijn laatste levensdagen door zijn zoon Jacob Bonten in huis genomen. Jacob woonde daar namelijk met zijn eerste vrouw Maria Anna Mullenaers.
Van de kinderen van Jan Bonten waren bij zijn overlijden alleen Jacob en Peter Bonten in leven. Dit wordt duidelijk wanneer zij op 3 juni 1782 bij notaris Hubertus Winants in Schin op Geul de deling van hun erfenis laten vastleggen. De bezittingen van Jan Bonten en zijn eerste echtgenote bestonden uit het volgende:
- Huis met een halve morgen koolhof en weide, gelegen in Strucht. In de kantlijn wordt vermeld dat het huis afgebroken gaat worden.
- Drie grote roeden land, gelegen in Strucht
- Twee grote roeden en vijf kleine roeden land in het Houthemer Veld, met de naam ‘Den Haemaecker’
De erfenis werd in twee delen opgedeeld; ten eerste de bezittingen en land in Strucht, ten tweede het land in Houthem inclusief 60 gulden, te betalen door de erfgenaam die het eerste deel verkreeg. Jacob mocht van zijn broer Peter de keuze maken, en koos voor het deel in Strucht. Peter, die op dat moment reeds in Houthem woonde, kreeg de grond in Houthem en 60 gulden in contanten van zijn broer.
Beide broers overleden later zonder nakomelingen. Jacob liet zijn bezittingen na aan zijn tweede echtgenote Joanna Catharina Caubo (1742-1829), Peter liet al zijn bezittingen in zijn testament na aan zijn dienstmeid Anna Catharina Boormans.