Anna Maria Philomena Bonten (1841-1852)

Anna Maria Philomena Bonten werd geboren op 13 november 1841 om zes uur ’s avonds in Winthagen, dat toen onder de gemeente Voerendaal viel, binnen het Hertogdom Limburg.
Haar vader was Jan Willem Bonten (1810-1884), werkzaam als knecht en dagloner, en haar moeder was de huismoeder Anna Maria Jongen (1809-1890). Twee dagen na haar geboorte, op 15 november 1841, deed haar vader de aangifte van haar geboorte bij de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van Voerendaal. Hij gaf haar de voornamen Anna Maria Philomena. De aangifte vond plaats in de aanwezigheid van Peter Offermans en Jan Peter Jongen.
De dag vóór de officiële aangifte, op 14 november 1841, werd zij gedoopt in de Laurentiuskerk in Voerendaal. In het doopregister staat haar naam vermeld als Joanna Maria Philomena Bonten. Haar peetouders of getuigen bij de doop waren Joannes Josephus Bonten (1816-1868) en Anna Maria Peukens.
Peetoom Joannes Josephus was een broer van vader Jan Willem Bonten. Hij zou later naar Aken verhuizen, waar hij in 1847 met Anna Maria Hallmann huwde en drie kinderen kreeg.

14 November 1841: Doop Joanna Maria Philomena Bonten, RK Laurentius te Voerendaal

Anna Maria Philomena bracht haar korte leven door in het gehucht Winthagen, binnen de gemeente Voerendaal. Helaas overleed zij al op jonge leeftijd van tien en een half jaar.
Zij stierf op 3 juni 1852 om negen uur ’s morgens in Winthagen, de plaats waar zij ook geboren was. In de overlijdensakte wordt zij aangeduid als Maria Phelomina Bonten, dochter van Jan Willem Bonten en Anna Maria Jongen. Haar overlijden werd aangegeven door haar vader en door Willem Snijders, een landbouwer uit Klimmen die als ‘vriend van de overledene’ werd opgegeven.
Naast Anna Maria Philomena Bonten kregen Jan Willem Bonten en Anna Maria Jongen nog tien kinderen; Anna Maria Philomena was het zevende kind van de elf die allemaal in Winthagen werden geboren. Dit waren maar liefst acht meisjes en drie jongens. Van deze elf kinderen overleden er vier in Winthagen. In 1840 overleden Maria Catharina op 1 januari en Pierre Joseph op 17 januari, respectievelijk twee en drie jaar oud. In 1852 overleed naast Anna Maria Philomena ook de zevende dochter, Maria Louisa, op 12 november. Zij werd acht jaar oud.

De resterende zeven kinderen bereikten allen een volwassen leeftijd. De oudste dochter, Anna Josefa (1830-1906), woonde haar hele leven binnen de gemeente Voerendaal. De overige zes kinderen woonden omstreeks 1874 allemaal in Aken, binnen de Rijnprovincie van het Koninkrijk Pruisen. De vrouwen waren werkzaam als dienstmeiden of huismoeders. Jongste zoon Antoon Jozef (geboren 1852) werkte als dienstknecht, zoon Jan Michiel was werkzaam bij de spoorwegmaatschappij Grand Central Belge (G.C.B.). Dit werk zou hem uiteindelijk terug naar Nederland voeren, waar hij zich in Simpelveld vestigde. Over hem verscheen eerder reeds deze post.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Content is protected !!
Scroll naar boven