Op 3 april 1732 verschijnt Willem Gelen voor de schepenbank van Heer en overlegde daar een notariële akte die op 27 maart 1732 in Maastricht was opgesteld. In die akte werd beschreven dat Anna Vanderlinden, weduwe van Henderick Bonten op zwart zaad zat en daarom tot verkoop van haar huis en grond over moest gaan. Anna bezat in Heer een huis met daarbij een stuk grond ter grootte van vier grote roede, dat als akkerland diende om te voorzien in de voedselvoorziening van haarzelf en de onmondige (minderjarige) kinderen uit haar huwelijk met Henricus Bonten. Vier grote roeden bestonden uit vier keer twintig kleine roeden, waarbij een kleine roede ongeveer gelijk is aan 20,5 vierkante meter. Ze had dus ongeveer 1640 vierkante meter land in bezit. Over dit land moest Anna jaarlijks vijf vaten rogge als erfpacht betalen aan de nakomelingen van Juffrouw Barbara Hinsdaal. Over 1731 had Anna echter maar twee vaten rogge betaald, waarna de Heer Collette om geld had gevraagd. Anna had echter niet genoeg geld en werd daardoor gedwongen om haar huis en bijbehorende akker te verkopen. De koper van het huis en bijbehorend land was Willem Gelen. Uit de notariële akte blijkt dat hij iets ruimhartiger naar de weduwe Bonten was dan dhr. Collette. Bij de verkoop van huis en grond door Anna Vanderlinden aan Willem Gelen wordt namelijk het volgende opgenomen: dat den voors. Willem Gelen aan de weduwe Bonten voorsz. sal vergunnen een plaatsje int voorhuijs om te konnen getrouwelijck bewoonen haar leven gedurende. De verkoop van het huis en de grond werden overigens niet door Anna zelf gedaan. Als vrouw met levende meerderjarige mannelijke (aangetrouwde) familieleden moest zij zich bij officiële aangelegenheden laten vertegenwoordigen door een man. In dit geval waren Anna’s zonen nog allebei minderjarig. Van de kant van haar echtgenoot zijn geen andere familieleden bekend, en dus trad Joost Sleijpen, de tweede echtgenoot van Anna’s zus Barbara Vanderlinden, op als vertegenwoordiger van Anna Vanderlinden en haar kinderen.
Voor de verkoop van het huis en de grond ontving Anna van Willem Gelen 280 Maastrichtse guldens. Hiervan werd echter meteen het volgende geld ingehouden om openstaande schulden mee af te lossen:
- 30 Rijksdaalders om te compenseren voor de drie vaten erfpacht
- 20 Maastrichtse guldens boete voor te late betaling van de erfpacht
- 6 stuivers en 10 cent voor een halve rookhen die Jan Daemen en zijn vrouw Catharina Debie aan Anna twee weken eerder aan Anna hadden voorgeschoten.
- 2 stuivers en 5 cent voor vier eieren aan dezelfde Jan Daemen en vrouw
- 15 stuivers voor een koeijschenckel ook aan Jan Daemen en zijn vrouw
- 10 Rijksdaalders aan Jan Daemen en zijn vrouw, die gebruikt waren om een lening af te lossen bij Anna’s zus Cornelia Vanderlinden en haar overleden man Nelis Rompelberg.
Anna Vanderlinden was op 2 november 1707 getrouwd met Henricus Bonten. Het katholieke huwelijk vond plaats in de kerk van Keer. Anna was afkomstig uit Bemelen, waar zij als dochter van Johannes Vanderlinden en Barbara Bessems werd gedoopt op 25 april 1680. Van Henricus Bonten is niet bekend waar hij vandaan kwam. Rond 1680, wanneer hij vermoedelijk geboren is, zijn er families Bonten van verschillende takken bekend in Maastricht, Noorbeek, Gulpen, Schin op Geul, Wijlre en Houthem. In Schin op Geul staat een doop van een Henricus Bonten geregistreerd, maar het ontbreken van familieleden bij de dopen van Henricus’ kinderen maakt het onwaarschijnlijk dat dit dezelfde Henricus is.
Uit het huwelijk van Henricus Bonten en Anna Vanderlinden zijn minstens zes kinderen voortgekomen: Joannes Bonten (1709-1709), Barbara Bonten (1710-1777), Henricus Bonten (1713-1769), Anna Maria Bonten, Gertrudis Bonten (overleden in 1724) en Martinus Bonten (1720-1814).
Op 3 juli 1715 overlijdt Joannes Vanderlinden, de vader van Anna, in Bemelen, nadat eerder op 15 september 1711 ook al Anna’s moeder Barbara Bessems was overleden. Dit betekent dat Anna en haar broers en zussen kunnen gaan nadenken hoe ze de erfenis van de ouders gaan verdelen. Op 20 mei 1716 verschijnen voor de schepenbank van Heer de erfgenamen, en dan wordt ook duidelijk waarom Anna in 1732 ook nog geld heeft geleend voor de rookhen, eieren en koeienschenkel. Machiel Vanderlinden, Joost Smeets (echtgenoot van Catharina Vanderlinden) en Herman Narinx (eerste echtgenoot van Barbara Vanderlinden) verkopen namens henzelf en Cornelia Vanderlinden, weduwe van Cornelius Rompelberg hun vier vijfde deel van het huis en vier grote roede grond, gelegen in Keer, aan Henricus Bonten gehuwd met Anna Vanderlinden. Hiervoor betaalt Henricus aan ieder van de vier 11,5 pattacons. Op het huis en de grond rusten een erfpacht van 5 vaten rogge, 1/3e deel van een koeijkeur, een halve rookhen en 4 eieren.
Na de aankoop van het ouderlijk huis van Anna is Henricus met zijn gezin er gaan wonen. Helaas heeft Henricus er niet van zijn oude dag kunnen genieten. Hij overlijdt op 5 juli 1722 in Het Gasthuis bij Bemelen.
Na het overlijden van haar man is Anna niet hertrouwd. Zoals uit de schepenakte van 1732 blijkt, is Anna in haar ouderlijk huis blijven wonen. Zij overlijdt uiteindelijk op 7 juni 1760 op 80-jarige leeftijd en wordt begraven op het kerkhof van Heer.