Petronilla Catsbergh (1713-1768)

Vandaag 311 jaar geleden kwam Petronilla Catsbergh ter wereld op 13 september 1713 in Nagelbeek. Zij was de dochter van Joannes Catsbergh en Maria Frissen. Zij was het vijfde van zes kinderen die moeder Maria Frissen op de wereld zette. Aangezien er in 1708 ook al een zus met de naam Petronilla werd geboren, zijn maar vijf van deze kinderen volwassen geworden; Maria, Joannes (Henske), Joanna Elisabeth en Barbara Catsbergh, allen geboren tussen 1704 en 1718.

Via hun opa Bartholomeus Catsbergh (1651-1721) ben ik rechtstreeks verwant aan deze familie. Deze familie en aangetrouwde familie duikt op in de processtukken van de Bokkenrijdersprocessen en trof helaas ook enkele veroordelingen. Vader Joannes Catsbergh, geboren in 1680, bijgenaamd “De Rode Speelman van Nagelbeek” was vilder van beroep. Hij werd op 8 oktober 1743 opgepakt en in kasteel Ter Borgh gevangen gezet. De schepenbank van Schinnen veroordeelde hem op 17 december 1743 voor diefstallen gepleegd door de Bokkenrijders in Sittard, Limbricht, Amstenrade, Spaubeek en Brunssum. Het vonnis was de doodstraf: “Tot reparatie van welcke enorme Criemen ende tot afschrickende exempel van anderen, soo verclaeren de Schepenen den voorss. beclaeghde te condemneren van door den ScherpRichter op eene publijke plaetse aen eenen pael gebonden, ende gewoercht te worden, tot dat den doodt volght, ende daernaer verbrandt te worden, verclaerende voorders sijne goederen ende effecten te Confisqueren, daeruuijt voor al nochtans te trecken de Costen en misen van justitie Aldus beraamt op het Casteel van Schinnen in judicio extraordinario den decembris 17, 1743.”

Alsof dat niet erg genoeg was voor de familie Catsbergh, werd ook Joannes Catsbergh jr., genoemd ‘Henske van Nagelbeek’ opgepakt, nadat zijn naam bij de verhoren van andere Bokkenrijders werd genoemd. Joannes Catsbergh “de jonge” wordt 30 nov. 1710 gedoopt in Schinnen. Hij woont in Nagelbeek bij zijn ouders, is speelman en bedelaar en niet getrouwd. Na verklaringen door Mathijs Ponts wordt ook hij gearresteerd op 8 okt. 1743 samen met zijn vader en opgesloten op kasteel Ter Borgh. Daar wordt hij verhoord op 14 en 21 okt. en daarna volgen confrontaties met anderen die hem beschuldigd hebben op 6 nov. in kasteel Amstenrade. Op 8 nov. bekent hij na territie en wordt 15 nov. gerecollecteerd. Na een maand, op 14 december 1743, wordt het vonnis geveld: doodstraf door verwurging en verbranding. Henske wordt, 33 jaar oud, tegelijk met zijn vader, op 17 december 1743 terechtgesteld op de Danikenberg onder Schinnen (foto).

De Danikerberg, waar vroeger de galgen stonden

De zus van Joannes en Petronilla, Barbara Catsbergh is op 25 april 1746, bijna 2,5 jaar later na dit alles, getrouwd met Anton Winckens. Ook hij komt tevoorschijn in de Bokkenrijdersprocessen. Op 26 april 1751 werd hij gearresteerd, maar hij wist enkele dagen later te ontsnappen. Hij werd ‘in effigie’ op 28 augustus 1753 opgehangen; er werd een pop gekleed in de kleren van de veroordeelde aan de galg gehangen. Anton Winckens is na zijn ontsnapping gevlucht en ondergedoken. Het is (nog) niet bekend waar en wanneer hij is overleden.

Petronilla Catsbergh, waarmee het verhaal begon, overleed op 13 mei 1768 te Schinnen op 54-jarige leeftijd.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Content is protected !!
Scroll naar boven