Op zaterdag 25 juli 1761, vandaag 263 jaar geleden, werd Jacobus Bonten gedoopt in de St. Stefanuskerk te Hoeselt. Hij was de zoon van Mathias Bonten (1712-1771) en Johanna Maria Tilens (+1769), die in “Het Pannenhuys” in Koninksem bij Tongeren een distilleerderij hadden, waar jenever en cognac gestookt werd. Jacobus was het tiende en laatste kind van dit echtpaar. Voor hem waren al vijf meisjes en vier jongens geboren: Maria Agnes (1746-1835), Joannes (*1749), Wilhelmus Joannes (*1752), Mathias Joannes (*1754), Ida (*1755), Maria Gertrudis (*1756), Maria Joseph (1758-1801) en Catharina Marguerita (*1759).
Waar sommige van mijn voorouders beschuldigd werden lid te zijn van de Bokkenrijdersbendes die in Limburg actief zouden zijn geweest, daar waren de ouders van Jacobus Bonten slachtoffers van een van deze bendes. Omstreeks 1748, op 31 oktober, de avond voor Allerheiligen, werd het Pannenhuys overvallen. Vader Mathias Bonten was niet thuis. Johanna Maria Tilens en haar dochtertje Maria Agnes Bonten waren wel thuis, samen met twee broeders Kapucijnen die om een aalmoes waren komen vragen. Een groep van circa 15 man bestormde het gebouw en drong met geweld binnen. De twee broeders werden gekneveld en vastgebonden. Daarna werd aan Johanna Maria gevraagd waar zij haar geld verstopt had. Nadat de overvallers hun buit hadden verzameld, stonden zij op het punt om te vertrekken, toen een van de overvallers de glimmende trouwring van Johanna Maria zag. Toen hij de ring van haar vinger wilde roven, verzette Johanna Maria zich, waarna een tweede overvaller haar arm beet pakte en op de keukentafel duwde. De andere overvaller greep een bijl om daarmee haar hand, of in het beste geval alleen de vinger, af te hakken. Op het moment dat de bijl in de lucht hing om naar beneden te vallen, trok de overvaller die haar arm vast had, zijn hand terug. Daardoor kon Johanna Maria net op tijd ook haar hand terug trekken, vlak voordat de bijl zich met volle kracht in de tafel boorde. Hierna spoedden de overvallers zich snel naar buiten, zonder trouwring, maar wel met een buit van over de duizend guldens, wat voor die tijd een enorm kapitaal was.
De tafel waarin de bijl terecht was gekomen, ging na de dood van Mathias Bonten en Johanna Maria Tilens over in bezit naar de oudste dochter Maria Agnes. Zij was inmiddels gehuwd met Jacobus Mewis, en de tafel is daarna nog tot in de 20e eeuw in bezit van de familie Mewis (Mevis) gebleven.
Jacobus Bonten werd meer dan tien jaar na deze overval geboren en zal deze gebeurtenissen vast en zeker ook uit verhalen van zijn ouders gehoord hebben.
Op zondag 14 maart 1790, toen Jacobus Bonten 29 jaar oud was, trouwde hij voor de kerk in Hoeselt met Maria Vrancken, geboren rond 1765 en overleden op 14 juli 1793 in Koninksem. Jacobus en Maria kregen een dochter, Maria Catharina (1790-1855) en een zoon, Hubert Bonten, geboren in 1793. Enkele maanden na de geboorte van Hubert overleed Maria Vrancken, Jacobus achterlatend met twee jonge kinderen. Zoals in die tijd gebruikelijk, trouwde ook Jacobus relatief snel na de dood van zijn eerste vrouw, om zo beter in het onderhoud van zichzelf en zijn kinderen te kunnen voorzien. Op maandag 17 februari 1794, iets meer dan zeven maanden na het overlijden van Maria Vrancken, stond Jacobus weer voor het altaar. Deze keer in de Sint Servatiuskerk te Koninksem, met als bruid Margaretha Millissen, dochter van Leonardus Millissen en Maria Vandriesch.
Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren, vier jongens en een meisje: Mathias (*1794), Maria (*1796), Leonard (1798-1801), Lambertus (*1800) en Antoon Leonard (1802-1881).
Jacobus Bonten overleed te Koninksem op 2 augustus 1806, hij is slechts 45 jaar oud geworden.



De distilleerderij van zijn ouders bestaat tegenwoordig niet meer. Deze was gelegen in Koninksem naast de rivier Jeker. Na de dood van zijn ouders heeft Maria Agnes Bonten’s echtgenoot Jacobus Mewis deze distilleerderij gekocht van de erfgenamen Bonten, waarna het pand nog enkele generaties in bezit van de familie Mewis is geweest.