321 jaar geleden, op donderdag 17 augustus 1702, overleed in het centrum van Maastricht Anna Elisabeth Bonten. Zij was gedoopt op 9 juni 1701, dus op moment van overlijden was zij slechts 14 maanden oud.

Haar moeder, Maria Pappers, was op het moment van Anna Elisabeths geboorte net weduwe geworden; Anna Elisabeths vader, Petrus Bonten, was 2 maanden voor haar geboorte overleden op 3 april 1701, hij was toen 30 jaar oud. Ondanks zijn jonge leeftijd was hij op dat moment reeds vader van vijf kinderen, een zesde kind was ook al overleden.
Petrus Bonten was afkomstig van Gulpen, waar hij op 21 oktober 1670 werd gedoopt als zoon van Hans Samson Bonten en Maria de la Haije. Rond zijn 30e is Petrus Bonten verhuisd naar Maastricht; hier trouwde hij op 19 oktober 1692 in de Sint Catharinakerk met Maria Pappers. Echtgenote Maria was afkomstig uit Wijnandsrade, waar zij in 1664 werd geboren als dochter van Joannes Pappaerts en Maria Dremmen. Getuige op het huwelijk van Petrus en Maria was onder andere Herman Vanderweijden, die vijf jaar later in de archieven wordt genoemd als schepen van Maastricht. Deze tak van de familie Bonten had dus enig aanzien binnen de maatschappij in die tijd.
Netjes negen maanden na het huwelijk wordt de doop geregistreerd van een eerste kind uit dit gezin; Sampson Bonten, vernoemd naar zijn opa aan vaders kant, wordt op 16 juli 1693 naar het doopvont gebracht. Doopgetuige is ook hier Herman Vanderweijden. Sampson Bonten komt relatief jong en kinderloos te overlijden, op 21 december 1723 wordt zijn begrafenis ingeschreven in de kerkregisters van de Sint Catharinakerk, waar hij iets meer dan een jaar eerder was getrouwd.
Ruim een jaar na Sampson Bonten wordt het tweede kind van Petrus Bonten en Maria Pappers gedoopt. Dit is hun zoon Joannes Bonten, vernoemd naar de grootvader aan moeders kant. Hij wordt gedoopt op 21 november 1694. Joannes verhuisde later naar Wijlre waar hij trouwde met Christina Roijen (1695-1762). Van hem is geen overlijden geregistreerd, maar hij verschijnt in augustus 1772 op bijna 78-jarige leeftijd nog bij een notaris, om een verklaring af te leggen. Onder andere met dank aan Napoleon stierf deze tak van de familie Bonten uit. Nakomeling Christianus Bonten moest met de Grande Armee naar Moskou; hij werd krijgsgevangen genomen in Rusland en is nooit meer teruggekeerd.
Op 13 mei 1696 werd het 3e kind van Petrus Bonten gedoopt, Maria Catharina Bonten. Zij is jong overleden.
De derde zoon, Laurentius Bonten, werd gedoopt op 31 maart 1698. Van hem zijn verder nog geen registraties gevonden.
Op vrijdag 3 juli 1699 werd er een tweeling gedoopt. Oudste van de tweeling was Wijnand Bonten. Hij verhuisde later naar Wijnandsrade, waar hij op 15 september 1733 met Christina Wimus uit Hoensbroek trouwde. Wijnand en Christina kochten land in Laar bij Wijnandsrade, het echtpaar bleef kinderloos. Wijnand overleed op 16 december 1788, op 89-jarige leeftijd.
De jongste van de tweeling was een dochter, zij werd ook Maria Catharina genoemd. Maria Catharina Bonten bleef in Maastricht wonen, hier trouwde ze met Christoph Heijbeij. Uit dit huwelijk is in 1724 de doop van dochter Maria Anna geregistreerd.
Zoals boven geschreven, werd de laatste dochter van Petrus Bonten “posthumus” geboren, dus na het overlijden van haar vader. Moeder Maria Pappers wordt in 1724 nog genoemd als doopgetuige bij de doop van kleindochter Maria Anna Heijbeij, daarna heb ik van haar nog niets terug kunnen vinden.
Vader Petrus Bonten werd begraven in de Sint Catharinakerk te Maastricht, een eer die toendertijd alleen de hogere rangen van de samenleving ten deel viel.

Wie het graf van Petrus Bonten in de kerk wil gaan bekijken, komt bedrogen uit. Tijdens de Franse revolutie werd de kerk in 1797 gesloten, vervolgens werd ze gebruikt als opslagruimte voor in beslag genomen kerkmeubilair, vanaf 1799 als graanopslag. Na het vertrek van de Fransen werd de kerk weer teruggegeven aan de parochie, het gebouw verkeerde in deplorabele staat. Alles wat van waarde was en niet vast zat, was verdwenen. Op 1 juni 1809 werd het gebouw voor 2.250 frank verkocht aan dhr. B. Courtat uit Maastricht, die de hoogste bieder op een openbare veiling was. Het gebouw werd later doorverkocht en in 1858 werd er de eerste mechanische broodbakkerij van Maastricht in gevestigd door dhr. Hopp. Hierna werd het gebouw medio 1860 afgebroken door de industrieel Louis Regout, die op de vrijgekomen plek een woonhuis liet bouwen. Tegenwoordig ligt het huis Markt 28 op de plaats van de oude kerk.
