Deze genealogie omvat slechts enkele leden van een tak die begin 17e eeuw in Weert woonde en waarschijnlijk is uitgestorven.
Generatie I
I. Leonardus Bonten, geboren omstreeks 1585. Hij was gehuwd met een vrouw wiens naam vooralsnog niet bekend is.
Op Sint-Andreasdag, oftewel 30 november, van 1620 leent Leonardus Bonten van Giel inghen Beemdt. Het gaat om een bedrag van 100 gulden tegen een jaarlijkse rente van 5%. De lening en de voorwaarden worden door Quirinus Braecken, de pastoor van Leveroy, op papier gezet. De letterlijke tekst van de overeenkomst is als volgt:
Actum Anno 1620, den 30 novembris, op Sinte Andries dach
Item Ich Lins Bonten bekenne ende belijde opghenomen te hebben ofte schuldich te sijn den eersaemen Giel inghen beemdt eene somme van hondert gulden brabants, 20 stuijver voor den gulden vanwelcke hondert gulden ick lins voorschreven beloove te geven behoorlijcke pensioen vijf derghelijcker guldens, alsoo langhe als ick lins voorschreven deese obgemelte hondert Gulden brabants in mijn ghebruijck hebben sall, des is het conditie soo giel voorschreven deese voorschreven penninghen wederom begheerde, ofte lins insghelijcken wederom begheerde te legghen soo sullen sij ghehalden sijn, den eenen den anderen drij maent lanck van te bevoorens op te segghen, dien het ghelieven sall van haer beijden.
alles toes voorschreven is, beloove ick lins voorschreven te betaelen naer inhalt deeser Obligatiën, op weerter mertrecht saecke ende borghe sonder eenighe argelist, ofte loose vonden in eenighe rechten hier tegen te gebruijcken noch tot meerdere vasticheijt, soo verbinde ick lins voorschreven gereijt ende onghereijt tot voldoeninghe van der voorschreven penninghen.
unde wes Giel voorschreven ofte sijne erven pendt ofte doet venden deur faute van quaede betaelinge, sal lins voorss. ofte sijne erven te rechte richtich maecken in kennnis der Waerheijt dat ich lins bonten bekenne dit waer te sijn, soo heb ick lins voorschreven deese handtschrift doen schrijven, ende met mijn eijgen handtmerck onderteeckent in presentie mij Frans boonen ende Servaes tielenen als geloofweerdige getuijgen hier toe geroepen.
ita attestor Quirinus braecken Pastor in Leveroy
merck Lins bonten
Frans booren als getuijge
Servaes tielenen als getuijge
gecollationeert door het origineel bevint sich van woordt tot woordt te accordeeren door mij Matthijs Leteleis Cusert tot Wijnerroij geschreven, addesse pastore subschripto.
Generatie II
II. Rutgerus Bonten, geboren omstreeks 1610. Hij was gehuwd met Catharina Meulen.
Uit dit huwelijk werden geboren:
1. Joannes Bonten, gedoopt in Weert op 2 mei 1638. Volgt III.
2. Gudula Bonten, gedoopt in Weert op 7 augustus 1644. Doopgetuigen waren Guillelmus Versirse, Elisabeth Sauffen en Joannes Scoermans. Gudula Bonten trouwde in Weert op 7 maart 1666 met Simon Moenen. Al voor dit huwelijk kregen zij een dochter:
a. Maria Moenen, gedoopt in Weert op 18 december 1665, doopgetuigen waren Enrardus van Tuel en Catharina Lanen.
3. Anna Bonten, gedoopt in Weert op 10 december 1645 met als doopgetuigen Wilhelmus Bonten en Wilhelma de Steege.
Na het overlijden van Rutgerus Bonten trouwde zijn weduwe Catharina Meulen met Joannes Lindeman, ook wel Jan in de Linde genoemd. Hij overleed op 3 januari 1693 in Tungelroy.
De vader-zoon-relatie tussen Rutger Bonten en Leonard Bonten blijkt uit een geschil dat voortkomt uit de geldlening die Leonardus Bonten in 1620 deed. Hij betaalde dit bedrag niet af, waardoor deze schuld over ging op zijn zoon Rutger Bonten. Ook Rutger betaalde deze schuld niet af. Wel bleef waarschijnlijk regelmatig de aflossing betaald worden aan Giel inghen Beemdt of zijn nakomelingen.
Wanneer Rutger Bonten komt te overlijden, is de som van 100 gulden nog steeds niet afgelost, waardoor deze nog steeds blijft staan met als onderpand het land van de familie Bonten in Tungelroy. De weduwe van Rutger Bonten trouwt na zijn overlijden met Jan Lindemans. Als weduwe van Rutger Bonten zal zij nog het vruchtgebruik van zijn land hebben gehad. Haar tweede echtgenoot Jan gaat na hun huwelijk het land bewerken en gebruiken, terwijl dit als onderpand dient voor de lening van 100 gulden. Blijkbaar wordt er na het overlijden van Rutger geen geld meer afgelost. Hierover ontstaat een geschil tussen enerzijds Jan Lindemans en anderzijds de erfgenamen van Giel inghen Beemdt.
Generatie III
II. Joannes Bonten, gedoopt in Weert op 2 mei 1638. Doopgetuigen waren Petrus de Steege en Mathia Simonis. Joannes Bonten trouwde op 22 november 1665 in Weert met Catharina Teeven. Getuigen bij het huwelijk waren Stephanus Leeden en Gertrudis Buchts.
Uit dit huwelijk:
1. Ruthgerus Bonten, gedoopt in Weert op 16 augustus 1666. Doopgetuigen waren Stephanus Geeraerts en Joanna Hillen.
2. Matthias Bonten, gedoopt in Weert op 25 februari 1668 met doopgetuigen Godefridus van Hout en Ivo Schaecken.
3. Gerardus Bonten, gedoopt in Weert op 17 juni 1670. Bij zijn doop waren aanwezig de getuigen Jacobus Peters en Sibilla Nunnekens.
4. Anna Bonten, gedoopt in Weert op 3 maart 1673. Doopgetuigen waren Joannes van Hout en Gudula Bonten.
5. Catharina Bonten, gedoopt in Weert op 16 september 1681 met doopgetuigen Petrus Houben en Anthonia Coolen.
6. Joanna Bonten, gedoopt in Weert op 27 juni 1683. De familienaam wordt hier als Bouten geschreven. Getuigen waren Matthias Bouten en Matthia Teeven.
Joannes Bonten treedt op 14 juli 1669 op als doopgetuige bij de doop van Catharina Teeven in Weert, dochter van Jacobus Teeven en zijn echtgenote Margaretha.
Bronnen:
- Weert, RK Martinus, Doopindexen 1636-1797
- Weert, RK Martinus, doop- en huwelijksregister 1650-1681
- Weert, Oud rechterlijk archief van Weert, 1400-1796, inventarisnr. 2471
