Deze stamboom is naar alle waarschijnlijkheid uitgestorven in de mannelijke lijn. Deze begint met Joannes Bonten en Agnes Claes, die in Koninksem woonden en hun kinderen in Tongeren lieten dopen. Ook de bende van de Bokkenrijders komt even ter sprake. Mogelijk heeft deze familietak haar oorsprong in Sint Truiden, waar reeds in de 16e eeuw vermeldingen van naamgenoten te vinden zijn, zoals een tolwachter met de naam Libertus Bonten en een overste van de celbroeders met de naam Jacobus Bonten.
Binnen deze stamboom valt op dat de dopen plaatsvinden in de Onze Lieve Vrouwe basiliek van Tongeren, terwijl de gedoopte kinderen geboren worden in het nabijgelegen Koninksem. Bruiloften en begrafenissen zien we wel plaatsvinden in Koninksem. Dit is een voorbeeld van de werking tussen een moeder- versus dochterkerk. In de periode vanaf de middeleeuwen tot ver in de 18e eeuw hadden veel dorpen rondom Tongeren weliswaar een eigen kerkgebouw met parochie, maar dit waren zogenaamde dochterkerken. De moederkerk was de Onze Lieve Vrouwe basiliek in Tongeren, die om praktische redenen haar parochiegebied onderverdeelde in kleinere dochterparochies. De dochterkerken hoefden niet dezelfde beschermheilige te hebben als de moederkerk, zo heeft de kerk in Koninksem bijvoorbeeld Sint Servatius als beschermheilige, terwijl de moederkerk de heilige Maria als beschermheilige heeft. De dochterkerken moesten echter wel een deel van hun inkomsten en opbrengsten afstaan aan de moederkerk, en vaak hield de moederkerk ook enige mate van toezicht op de dochterkerk.
Binnen Tongeren en omgeving betekende dit dat alle dopen plaats moesten vinden binnen de moederkerk, omdat deze kerk het zogenaamde dooprecht bezat.

Foto: Zairon, CC BY-SA 4.0 https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0, via Wikimedia Commons
Generatie I
I. Joannes Bonten, geboren omstreeks 1670, gehuwd met Agnes Claes, dochter van Joannes Claes en Aldegonde Musijck.
Uit dit huwelijk de volgende kinderen:
1. Anna Jacquelina Bonten, geboren in Koninksem, gedoopt op 17 oktober 1694 in Tongeren. Doopgetuigen waren Lambertus Liberti, Joannes Claes, Maria Kleijnen en Jacqueline Bonten.
2. Joannes Bonten, geboren in Koninksem, gedoopt op 24 oktober 1695 in Tongeren. Doopgetuigen waren Adam Dalbans en Maria Lenaer.
3. Wilhelmus Bonten, geboren in Koninksem, gedoopt op 25 december 1696 in Tongeren. Doopgetuigen waren Matthias Claes en Anna Pelnode.
4. Aldegonde Bonten, geboren in Koninksem, gedoopt in Tongeren op 24 november 1698. Doopgetuigen waren Jacobus Gerardt en Catharina Lenaers. Zij overleed in Tongeren op 21 december 1774, waar haar overlijden werd geregistreerd in de overlijdensregisters van de Onze Lieve Vrouwe basiliek. Zij werd begraven op het kerkhof van de Sint-Jan de Doperkerk in Tongeren.
5. Agnes Elisabeth Bonten, geboren in Koninksem en gedoopt in Tongeren op 20 april 1701. Doopgetuigen waren Matthias Claes, Michaelis Claes en Maria Jacquolett. De volledige doopinscriptie luidt: [1701] Die vigesima aprilis baptizata est Agnes Elizabetha filia legittima honorabilis Joannes Bonten et conj. sua Agnes Claes, susceperunt Matthias Claes nomine procuratore Michaele Claes, et Maria Jacquolett, ex Koninksem.
6. Catharina Bonten, geboren in Koninksem, gedoopt in Tongeren op 13 mei 1706, overleden op 24 november 1775 in Tongeren, begraven in de Sint-Jan de Doper. Uit de overlijdensregistratie wordt niet duidelijk of hiermee de kerk zelf of de parochie wordt bedoeld. Haar peetouders waren Caspar le Cooe en Aldegonde Cornelis. Catharina Bonten trouwde op 5 februari 1743 in Koninksem met de uit Tongeren afkomstige Wilhelmus Geuten. Getuigen bij het huwelijk waren Willems broers Godefridus Geuten en Paulus Geuten voor de bruidegom en Ida Claers voor de bruid. Vermoedelijk betreft Ida’s achternaam een schrijffout van de pastoor.
7. Margareta Bonten, geboren in Koninksem, gedoopt in Tongeren op 24 september 1707 met doopgetuigen Nicolaus in Gotten en Margareta Lina. Margareta Bonten is overleden in Tongeren op 1 februari 1771.
8. Jacqueline Bonten, geboren in Koninksem, gedoopt in Tongeren op 6 september 1709. Volgt IIa
9. Matthias Bonten, geboren in Koninksem en gedoopt in Tongeren op 24 januari 1712. Volgt IIb.
Generatie II
IIa. Jacqueline Bonten, geboren in Koninksem, gedoopt in Tongeren op 6 september 1709. Doopgetuigen waren Matthias Claeus, Maria Jacolé en Jacqueline Bonten. Jacqueline Bonten overleed in Tongeren op 14 november 1768. Zij trouwde in Koninksem op 26 februari 1740 met Lambertus Kempeners uit Vellem. Getuigen bij dit huwelijk waren namens de bruidegom Henricus Kempeners, namens de bruid haar broer Matthias Bonten en zus Catharina Bonten. Uit dit huwelijk werden de volgende kinderen geboren:
a. Henricus Kempeners, gedoopt op 18 maart 1741 in Tongeren.
b. Joannes Kempeners, gedoopt op 9 januari 1743 in Tongeren.
c. Lambertus Kempeners, gedoopt op 19 februari 1744 in Tongeren.
d. Maria Agnes Kempeners, gedoopt op 5 september 1745 in Tongeren.
e. Maria Elisabeth Kempeners, gedoopt op 14 maart 1747 in Tongeren.
f. Maria Margaretha Kempeners, gedoopt op 7 september 1748 in Tongeren.
g. Ida Kempeners, gedoopt op 10 juni 1750 in Tongeren.
IIb. Matthias Bonten, geboren in Koninksem, gedoopt in Tongeren op 24 januari 1712 met doopgetuigen Matthias Claers, Joannes Baptista Copputers en Maria Jacqueline. De volledige doopinscriptie is als volgt: Die 24 januarij 1712 baptisatus est Mathias filius legitimus Joannis Bonten et coniuge sua Agnes Claers, susceperunt Matthias Claers noie. procuratorio Joannis Baptista Copputers et Maria Jaqueline, ex Conixhem. We mogen concluderen dat de achternamen Claers en Claes dezelfde zijn. Matthias was als distilliteur werkzaam in Het Pannenhuijs, gelegen aan de Jeker in Koninksem.
Matthias Bonten is overleden in Koninksem op 28 december 1771 en werd een dag later begraven in Koninksem. Bij zijn overlijden schreef de pastoor het volgende:

28 Xbris 1771 obijt Mathias Bonten, natus hic et baptizatus a Tungris, viduus quondam Joanna Maria Tilens, habitatus in domo sua paterna prope jecoram vulgo “Het Pannenhuijs” in parochia mea de Coninxheim, praemunive eum sacramentis paenitentia, et SS Viatici eum que inunxit R.D. Vanmuijsen subplebanus Tungris, tandem eum 29a hujus cum exequus sepeliti in caemiterio nostro de Coninxheim, et jura floranorum sex michi et matriculario mea ex inventario, seu legis beneficio a prolibus suis implorato prae caeturis creditoribus pro memoria soluta sunt.
Vertaling:
Op 28 december 1771 overleed Mathias Bonten, hier geboren en gedoopt in Tongeren, weduwnaar van wijlen Joanna Maria Tilens. Hij woonde in zijn ouderlijk huis nabij de Jeker, in de volksmond ‘Het Pannenhuijs’ genoemd, in mijn parochie Koninksem. Ik heb hem voorzien van de sacramenten van de biecht en het Heilig Viaticum (de laatste communie), en de eerwaarde heer Vanmuijsen, onderpastoor in Tongeren, heeft hem gezalfd. Tenslotte heb ik hem op de 29e van deze maand met de uitvaartdiensten begraven op ons kerkhof van Koninksem. De begrafenisrechten van zes florijnen zijn aan mij en mijn koster uit de inventaris betaald, oftewel als een wettelijk voorrecht dat door zijn kinderen was ingeroepen, en zijn met voorrang boven andere schuldeisers ter nagedachtenis voldaan.
Matthias Bonten trouwde op 28 april 1745 in Koninksem met Joanna Maria Tilens, roepnaam Marie. Getuigen bij dit huwelijk waren namens de bruidegom Aldegonde Bonten en namens de bruid haar broer Joannes Tilens en Joannes Delvaux. In de kerkregisters van Koninksem wordt de achternaam als Tilens geschreven, in de kerkregisters van Tongeren wordt de naam soms ook als Tilen of Tiellens geschreven. Joanna Maria Tilens is overleden in Koninksem op 3 januari 1769 en werd op 5 januari 1769 in Koninksem begraven.
Auguste Mevis, een nakomeling van Mathias’ dochter Agnes Bonten schreef in 1920 over een overval op de woning van Mathias Bonten en zijn vrouw Joanna Maria Tilens:
“een georganiseerde bende dieven en moordenaars genaamd “Bokryders” of “Bokkenrijders” terroriseerde steden en dorpen van Limburg in het midden van de 18e eeuw en waarvan een van onze voorouders het slachtoffer was: Mathieu Bonten (1712-1771). Het was een zaterdagavond rond 6 uur, de vooravond van Allerheiligen. Marie-Agnès Bonten (1746-1835), de toekomstige echtgenote van Jacques Mevis, was ca. twee jaar oud en lag vredig in haar wieg te slapen. Haar ouders woonden in de buurt van Jaer in Coninxheim in het huis genaamd “Pannenhuys”. Mathieu’s vrouw, Marie Tilens, was alleen thuis in gesprek met twee kapucijnervaders die aalmoezen kwamen vragen voor hun werken. Plotseling stormden 15 donker gekleedde mannen het huis binnen en nadat ze de twee monniken hadden gekneveld en vastgebonden, bevalen ze Marie Tilens om aan te geven waar het geld was, zodat ze dit zouden kunnen meenemen. Op het moment dat de overvallers willen vertrekken, merkt een van de bandieten de glimmende trouwring aan de vinger van Marie Tilens op en hij wil hem grijpen. Marie verzet zich, zodat deze niet zomaar verwijderd kan worden. Een van zijn handlangers neemt haar hand en dwingt die op de tafel terwijl een andere bandiet een bijl grijpt! Gelukkig heeft degene die Marie’s hand vasthield instinctief of uit medelijden zijn hand teruggetrokken!. De tafel kreeg de klap te verwerken en was diep ingesneden. Deze tafel was in het bezit van Jacques Mevis en zijn vrouw Elise Pulinx waar hij werd gezien door Ferdinand Mevis. De dieven sloegen op de vlucht en de slachtoffers werden pas vrijgelaten toen Mathieu Bonten op een laat uur van de nacht terugkeerde. De buit van de overval bedroeg omgerekend naar modern geld enkele honderden euro’s, voor die tijd een aanzienlijk bedrag.”
Uit het huwelijk tussen Matthias Bonten en Joanna Maria Tilens de volgende kinderen:
1. Maria Agnes Bonten, geboren in Koninksem, gedoopt in Tongeren op 18 juli 1746. Volgt IIIa.
2. Joannes Bonten, geboren in Koninksem, gedoopt in Tongeren op 30 maart 1749. De pastoor schrijft de achternaam van de moeder nu als Thilisen. Als doopgetuigen waren aanwezig Joannes Thilisen en Jacoba Bonten. Met deze laatste zal Jacqueline Bonten, de zus van vader Mathias Bonten, bedoeld zijn. Joannes Bonten treedt later op als getuige bij het huwelijk van zijn oudste zus Maria Agnes met Jacobus Mewis.
3. Wilhelmus Joannes Bonten, geboren in Koninksem, gedoopt in Tongeren op 1 februari 1752 als oudste van een tweeling. Als peetouders waren bij zijn doop aanwezig Joannes Tilens en Barbara Tilens.
4. Maria Bonten, geboren in Koninksem, gedoopt in Tongeren op 1 februari 1752 als jongste van een tweeling. Doopgetuigen waren aangetrouwde oom Wilhelmus Geuten en de zuster Maria Anna Soveur die begijn in Tongeren was. Maria zien we later optreden als getuige bij het huwelijk van Jacobus Mewis en Maria Agnes Bonten en als doopgetuige van twee kinderen uit dat huwelijk.
5. Mathias Joannes Bonten, geboren in Koninksem, gedoopt in Tongeren op 14 februari 1754. Doopgetuigen waren Joannes Delvau en tante Catharina Bonten.
6. Ida Bonten, geboren in Koninksem, gedoopt in Tongeren op 24 mei 1755. Doopgetuigen waren haar oom Wilhelmus Geuten namens Joannes Bonten en Ida Nicolaris.
7. Maria Gertrudis Bonten, geboren in Koninksem, gedoopt in Tongeren op 31 oktober 1756. Haar peetouders waren Wilhelmus Geuten en Maria Gertrudis Meuleneers.
8. Maria Joseph Bonten, geboren in Koninksem, gedoopt in Tongeren op 23 mei 1758. Overleden in Tongeren op 19 januari 1801. Bij haar doop waren aanwezig Joannes Hansen en Barbara Tielens namens domicella Ernestina Ponsaer beginae in magno begginagio Tungris. Er was dus wederom een bewoonster van het groot begijnenhof in Tongeren die peettante wilde zijn van een kind van Matthias Bonten en Joanna Maria Tilens. Dit geeft aan dat het gezin redelijk hoog op de sociale ladder stond.
9. Catharina Margaretha Bonten, geboren in Koninksem, gedoopt in Tongeren op 26 november 1759. Bij deze doop schrijft de pastoor de achternaam plotseling als Bonté in plaats van Bonten. Doopgetuigen bij de doop waren Jacobus Tielens en Margaretha Bonté, de zus van de vader.
10. Jacobus Bonten, geboren in Koninksem, gedoopt in Tongeren op 25 juli 1761. Volgt IIIb.

De familie Bonten woonde in Koninksem in een huis genaamd Het Pannenhuijs. Uit de vermeldingen in de kerkregisters van de RK Servatiuskerk in Koninksem blijkt, dat dit gebouw aan de Jeker gelegen was. Maar waar lag dit huis?
Tussen 1771 en 1778 werden door de graaf Joseph Ferraris met de hand 275 kaarten getekend van de Oostenrijkse Nederlanden en het Prinsbisdom Luik. De kaarten zijn digitaal in te zien via KBR, de Belgische nationale bibliotheek. Wanneer we op de kaart van Koninksem kijken, zien we de typische lintbebouwing, waarbij het overgrote deel van de gebouwen ligt aan wat tegenwoordig de Koninksemstraat heet.
In 1778 wordt het Pannenhuijs door de familie Bonten verkocht aan Jacob Mewis, de echtgenoot van Maria Agnes Bonten. In de bijgevoegde Ferrariskaart van Koninksem is de Jeker de “rits” die onderaan de kaart begint en naar rechtsboven loopt. Er is slechts één gebouw dat echt aan de Jeker ligt, dit ligt bij een oversteekplaats ten zuiden van Koninksem. Dat dit gebouw iets afgelegen van de rest van het dorp lag, zou dit gebouw ook een geschikt doelwit voor de Bokkenrijders maken; bij alle andere gebouwen dichtbij de Jeker wonen de buren heel dichtbij, wat kans op ontdekking en ingrijpen van buren bij een overval een stuk groter zou maken. Dit gebouw lag aan wat tegenwoordig het einde van de Herdersstraat in Koninksem is.
Generatie III
IIIa. Maria Agnes Bonten, geboren in Koninksem, gedoopt in Tongeren op 18 juli 1746. Doopgetuigen zijn haar aangetrouwde oom Lambertus Kempeners en Joanna Maria Kleijnen. Overleden op 1 april 1835 in Tongeren. Maria Agnes was, net als haar vader, van beroep distilleur. Zij trouwde op 17 september 1771 in Koninksem met Jacobus Mewis, geboren omstreeks 1746 in Alken, zoon van Henricus Mewis en Ida Vanderdonck. Jacobus ging net als zijn vrouw als distilleur in Het Pannenhuijs werken. In 1778 verkopen de gezamenlijke erfgenamen van Matthias Bonten en Joanna Maria Tilens hun deel van het Pannenhuijs met toebehoren aan Jacobus Mewis, waardoor het Pannenhuijs overgaat naar deze familie.
In 1796, na de verovering van Nederland door de Fransen, hebben de Fransen een overzicht nodig van de bewoners van de nieuwe gebieden die bij het Franse rijk zijn gevoegd. Zo kunnen ze een reële inschatting maken van de te verwachten belastingontvangsten en zo komen ze te weten hoeveel dienstplichtige mannen er in de gebieden wonen.
Natuurlijk werkte niet iedereen mee aan het opstellen van dit overzicht en niet iedereen wist zijn of haar eigen leeftijd, dus 100% compleet en accuraat zijn deze overzichten niet altijd.
Wanneer de Franse ambtenaar het overzicht van de inwoners van Koninksem opstelt, gelegen binnen het nieuwe departement Nedermaas, worden daar onder andere de volgende vier personen genoteerd:
253. Jacob Bonten, 50 jaar, sinds 25 jaar wonend in Koninksem
254. M.A. Bonten, 50 jaar.
255. M.B. Bonten, 20 jaar.
256. M.J. Bonten, 16 jaar
Dit komt uiteraard niet overeen met Jacob Bonten (IIIb) die op 1761 in Koninksem werd geboren en zijn echtgenote en kinderen. Dit zal Jacob Mewis zijn geweest met zijn echtgenote Maria Agnes Bonten en hun dochters Maria Barbara en Maria Josepha Mewis.

Uit het huwelijk tussen Jacob Mewis en Maria Agnes Bonten de volgende kinderen:
a. Henricus Mewis, gedoopt in Tongeren op 7 november 1771. Doopgetuigen waren Dnus. Henricus Vanderdonck en zijn tante Maria Bonten. Henricus overleed op 18 april 1774 in Koninksem en werd er een dag later begraven.
b. Maria Barbara Mewis, gedoopt in Tongeren op 8 februari 1773. Doopgetuigen bij haar doop waren haar grootvader Henricus Mewis en Barbara Tilens. Maria Barbara overleed op maandag 25 april 1774 in Koninksem. Zij werd op 26 april 1774 in Koninksem naast haar broertje Henricus begraven, die precies een week eerder op hetzelfde kerkhof was begraven.
c. Maria Barbara Mewis, gedoopt in Tongeren op 4 maart 1775. Doopgetuigen waren Joannes Primen en haar tante Maria Bonten.
d. Maria Josepha Mewis, gedoopt in Tongeren op 16 april 1777. Bij haar doop waren peetouders Joannes Hansen en Maria Josepha Bonten aanwezig. Maria Josepha Mewis overleed in Koninksem op 20 april 1777, vier dagen oud. Zij werd begraven in Koninksem op 22 april 1777.
e. Maria Josepha Mewis, gedoopt in Tongeren op 12 mei 1778 met doopgetuigen Joannes Primen en Maria Josepha Bonten.
f. Henricus Mewis, gedoopt in Tongeren op 24 maart 1781. Bij zijn doop waren aanwezig als getuigen zijn oom Jacobus Bonten en Maria Aleijdis Cartnijvels. Henricus trouwde met Anna Copis en startte een distilleerderij in Tongeren Op den Graanmarkt, ook bekend als Onder den Toren.
g. Matthias Mewis, gedoopt in Tongeren op 20 augustus 1783. Bij zijn doop waren de getuigen Joannes Primen en Barbara Tilens namens Catharina Bonten in de kerk aanwezig. Matthias is getrouwd met Joanna Maria Malherbe. Hij begon, passend in de familietraditie, een distilleerderij in Tongeren, gelegen aan de Jeker, met de naam In de London.
h. Anna Maria Mewis, gedoopt in Tongeren op 8 februari 1787. Haar doopgetuigen waren Jan Primen namens Jacobus Bonten en Maria Bonten.
i. Dorothea Mewis, gedoopt in Tongeren op 15 februari 1790. Haar peetouders waren Godefridus Hestermans en Maria Joseph Bonten.
IIIb. Jacobus Bonten, dagloner, geboren in Koninksem, gedoopt in Tongeren op 25 juli 1761. Bij zijn doop waren aanwezig de getuigen Jacobus Tilens en Maria Catharina Defraine als plaatsvervangster voor de afwezige Maria Barbara Clerinx. Jacobus Bonten is overleden op 1 augustus 1806 in Tongeren, de overlijdensaangifte gebeurde door zijn neef Arnold Nartas, brouwer, 24 jaar oud en Jean Lina, douane-beambte, 63 jaar oud. Hij overleed volgens de aangifte in de Sint-Jansstraat te Tongeren. Jacobus trouwde op 14 maart 1790 in Hoeselt met Maria Elisabetha Vrancken, roepnaam Maria, dochter van Hubertus Vrancken en Mechtildis Voncken, gedoopt in Sint-Huibrechts-Hern op 27 januari 1768. Getuigen bij het huwelijk waren Andrea Vrancken, Aegidius Schoofs en Wilhelmus Voncken. Maria Vrancken overleed op 14 juli 1793 in Koninksem en werd op 15 juli 1793 begraven in Koninksem, iets meer dan drie jaar na haar huwelijk. Na het overlijden van Maria Vrancken trouwde Jacobus Bonten op 17 februari 1794 in Koninksem met Maria Margaretha Millissen, roepnaam Margaretha, geboren in Koninksem, gedoopt op 12 januari 1763 in Tongeren, dochter van Leonardus Millissen en Maria Vandriesch alias Maria Driessen. Getuigen bij dit huwelijk waren Maria’s broer Libertus Millissen en Jacobs zus Maria Joseph Bonten.

De inschrijving van het overlijden van Maria Vrancken in het overlijdensregister van Koninksem is een genealogisch goudmijntje. De pastoor schrijft het volgende:
14 julii 1793 obit Maria Vrancken uxor Jacobi Bonten, nata et baptizata in Hern Sti. Huberti prope Rixinghen, cique a paucis annis in Hoesselt in matrimonium juncta, praemuniti eam de Smtis. paeniae et ssimi viatici, etiam inuncta fuit, eam 15 hujus sepelivi circa vesperam in caemiteria nostro ex aequiae ejus solemnes dilatae sunt in 30 hujus mensis, et jura nostra florinis septem cum dimidia sunt soluta. N.B. relinquit in vivis fatum maritum cum duabus prolibus pro memoria. R.I.P.
Vertaald: Op 14 juli 1793 overleed Maria Vrancken, echtgenote van Jacobus Bonten. Zij was geboren en gedoopt in Sint-Huibrechts-Hern nabij Riksingen, en was enkele jaren geleden met hem in Hoeselt in het huwelijk getreden. Ik heb haar voorzien van de sacramenten van de biecht en het Heilig Viaticum, en zij is ook gezalfd. Ik heb haar op de 15e van deze maand tegen de avond begraven op ons kerkhof. Haar plechtige uitvaartdiensten zijn uitgesteld tot de 30e van deze maand, en onze rechten van zevenenhalve florijn zijn betaald.
N.B. Zij laat haar genoemde echtgenoot met twee kinderen in leven achter, ter nagedachtenis. Rust in vrede.
Maria werd dus zeer snel na haar overlijden begraven, al een dag later ’tegen de avond’ van 15 juli. De exequiae solemnes (de plechtige mis met gezang) werd pas twee weken later gehouden, op 30 juli. Dit gebeurde vaker als de familie tijd nodig had om de plechtigheid te organiseren of als er gewacht moest worden op familieleden van buiten het dorp.
Zevenenhalve florijn was een aanzienlijk bedrag voor een begrafenis. Ter vergelijking: voor de kinderen Mewis-Bonten werd eerder “30 azen” (kleingeld) betaald. Dit wijst erop dat de familie Bonten een zekere welstand genoot en koos voor een begrafenis met meer pracht en praal.
Uit het eerste huwelijk met Maria Vrancken:
1. Maria Catharina Bonten, huishoudster, gedoopt op 14 mei 1790 in Hoeselt, met doopgetuigen Lambertus Vrancken in plaats van Joannes Keeris en Catharina Vrancken. Lambertus en Catharina Vrancken waren een broer en zus van moeder Maria Vrancken. Maria Catharina is overleden op 18 april 1855 in Heks. Zij trouwde op 22 februari 1811 in Vechmaal met de handwerker Henri Peetermans, zoon van Arnold Peetermans en Maria Agnes Jamaigne, geboren op 9 februari 1784 in Heks, overleden in diezelfde plaats op 20 februari 1866. Ten tijde van haar huwelijk waren zowel de ouders als de grootouders van Maria Catharina Bonten reeds overleden. Lambert Vrancken, oom via moederszijde, moest daarom toestemming geven voor het wettelijk huwelijk in Vechmaal. Uit dit huwelijk werden tussen 1811 en 1816 drie kinderen geboren: Maria Agnes (1811-1865), Anna Maria (1813-1885) en Arnold (1816-1891).
2. Hubert Bonten, gedoopt in Tongeren op 27 februari 1793. Hij diende tussen 19 november 1812 en 31 december 1813 in het Franse leger van Napoleon binnen het 108e Regiment van de Lijninfanterie. Hij werd uit het leger ontslagen vanwege verwonding (of erger). Zijn vertaalde inschrijving luidt als volgt:
No. 11,398 Bonten, Hubert, zoon van Jacques en van Maria Vrancken, geboren op 27 februari 1793 in Tongeren, kanton van dezelfde naam, departement van de Nedermaas, lengte van 1 meter 69 centimeter, ovaal gezicht, hoog voorhoofd, grijze ogen, dikke / grote neus, gemiddelde mond, lange kin, haar en wenkbrauwen kastanjebruin.
Bij het korps aangekomen op 19 november 1812, dienstplichtige van de lichting van het jaar 1813, kanton Tongeren onder nummer 67. Zijn laatste woonplaats was Tongeren, beroep knecht / bediende.
De vertaling van de tekst in de rechterkolom, waarin opmerkingen werden geplaatst, is “Geschrapt uit de registers op 31 december 1813, zich in het ziekenhuis bevindende sinds 20 februari“.
In de chaos die ontstond tijdens de zogenaamde Duitse Campagne in 1813, lijkt er in de administratie van het Franse leger iets niet goed te zijn gegaan. Op 1 juli 1813, Hubert ligt dan al een half jaar in het ziekenhuis, wordt hij als ‘deserteur van het 108e regiment’ ingedeeld bij het 131e Régiment d’infanterie de ligne. Hier zal hij echter nooit voor gevochten hebben, getuige de aantekening in het boek van het 108e regiment.
De tekst Rayé des contrôles le 31 Xbre 1813, S’étant a l’hopital du 20 fevrier betekent dat hij per 31 december 1813 officieel en administratief is verwijderd uit de actieve sterkte van het regiment. Bij overlijden zou hier normaliter décédé (overleden) hebben gestaan, we mogen daarom aannemen dat Hubert op 31 december 1813 nog in leven was. Dat hij is uitgeschreven impliceert dat hij invalide was, òf zo verzwakt dat men verwachtte dat hij de terugtocht naar Frankrijk niet zou overleven.



Hubert Bonten diende in het 108e Infanterieregiment van de lijn. Dit regiment maakte deel uit van de Grande Armée die de veldtocht naar Rusland ondernam. Tijdens deze veldtocht van 1812 leed het regiment grote verliezen. Hubert was toen echter nog niet opgeroepen voor het leger, hij heeft de veldtocht naar Rusland dus niet meegemaakt. Begin 1813, in de periode waarin Hubert werd opgeroepen, was het 108e infanterieregiment bezig met de terugtocht via Polen naar Hamburg. Het 108e regiment onder maarschalk Davout moest de regio rondom Hamburg heroveren en vasthouden.
In februari 1813, toen Hubert Bonten werd opgenomen in het ziekenhuis, waren er geen grote veldslagen. Pas later in dat jaar, tijdens de Duitse Campagne, vonden onder andere de Slag bij Lützen en de Slag bij Bautzen plaats. In februari 1813 waren er wel voortdurend kleine schermutselingen tussen het Franse leger en de Russische kozakken en het Pruissische leger. Mogelijk is Hubert Bonten hierbij gewond geraakt. Een andere, meer waarschijnlijke verklaring is, dat hij een slachtoffer werd van een van de epidemieën die het Franse leger sinds de terugtocht uit Rusland teisterden. De steden en legerkampen werden geteisterd door ziektes, die soms nog meer slachtoffers maakten dan het oorlogsgeweld zelf: Vlektyfus, paratyfus, tubercolose, longontsteking en dysenterie zorgden voor vele dodelijke slachtoffers.
Op 31 december 1813, wanneer Hubert Bonten uit het Franse leger wordt uitgeschreven, was het Franse leger bijna overal verslagen en trokken de Fransen zich terug binnen hun eigen landsgrenzen. De ziekenhuizen werden geëvacueerd of overgedragen aan de geallieerde legers.
Uit het tweede huwelijk met Margaretha Millissen:
3. Matthias Bonten, roepnaam Mathijs, geboren in Koninksem, gedoopt in Tongeren op 17 december 1794. Doopgetuigen waren Jacobus Mevis en Maria Agnes Milisen. Mathijs vinden we terug in de bevolkingskaarten van Zutphen. Hier woonde hij tussen augustus 1856 en augustus 1863 aan de Waterstraat 95, komende vanaf zijn vorige woonplaats Tongeren. Vanuit Zutphen is hij naar Arnhem verhuisd.
4. Maria Bonten, gedoopt op 9 juli 1796 in Tongeren. Haar peetouders waren Christianus Milisen en Maria Bonten, respectievelijk broer en zus van de ouders.
5. Leonardus Bonten, geboren omstreeks 1798 in Tongeren, overleden op driejarige leeftijd in Tongeren op 25 september 1801 (3 vendémiaire jaar X).
6. Lambertus Bonten, geboren op 23 februari 1800 in Tongeren, volgt IVa.
7. Antoon Leonard Bonten, geboren op 9 februari 1802 in Tongeren. Volgt IVb.
8. Lodewijk Bonten, geboren op 23 januari 1804, kleermaker. Lodewijk treedt op als getuige bij het huwelijk van zijn broer Antoon Leonard.
9. Henrij Bonten, geboren op 23januari 1806 in Tongeren, exact twee jaar na zijn broer Lodewijk. Henrij is overleden op 28 februari 1806 in Tongeren. Zijn ouders wonen op dat moment in de Sint-Truiderstraat (Rue de St. Trond) in Tongeren, tegenwoordig een winkelstraatje dat uitkomt bij het standbeeld van Ambiorix.
Generatie IV
IVa. Lambertus Bonten, geboren op 23 februari 1800 in Tongeren, overleden in Anderlecht op 18 mei 1858. Lambertus Bonten was eerst werkzaam als bakkersgezel, voordat hij zelf bakker werd. Hij trouwde op 13 juli 1820 voor de wet in Maastricht met Anna Elisabeth Smeisters, dochter van Joannes Smeisters en Maria Agnes Duckers, geboren op 23 september 1793 in Maastricht.
Uit dit huwelijk:
1. Adolph Hubert Bonten, geboren op 9 oktober 1820 om 19:00 uur in de Brusselse Straat in Maastricht.
2. Anna Regina Bonten, geboren op 23 mei 1823 in de Kruisstraat in Tongeren. Zij trouwde op 19 januari 1859 in Anderlecht met de handelaar Franciscus Alexius Detrie, zoon van Simon Detrie en Antonia Servais, geboren in Gent op 14 oktober 1814. Getuige bij dit huwelijk o.a. Anna Regina’s zwager Josephus Martinus Alexander Gautier. Anna Regina Bonten overleed in Erps-Kwerps op 22 maart 1907.
3. Louisa Bonten, geboren op 17 augustus 1825 om 23:00 uur in de Tongerse Straat in Maastricht. Zij trouwde op 13 augustus 1860 met Josephus Martinus Alexander Gautier, die burgemeester van Hoeleden was. Hij was geboren op 17 december 1819 in Brussel als zoon van Jacob Gautier en Maria Margueritha Martin. Bij het huwelijk was o.a. broer Theodorus Bonten als getuige aanwezig. Ook Louisa’s moeder Anna Elisabeth Smeisters was aanwezig om goedkeuring aan het huwelijk te verlenen, zij woonde op dat moment in Sint-Jans-Molenbeek. Bij het huwelijk werd dochter Josephina Clementina gewettigd, die ruim voor het huwelijk op 15 juni 1845 in Brussel was geboren. Louisa Bonten overleed in Elsene op 6 december 1894, de aangifte van haar overlijden werd gedaan door haar kleinzoon Alfred Le Grand.
4. Maria Gertrudis Hubertina Bonten, geboren op 17 december 1827 om 20:00 uur in de Tongerse Straat in Maastricht, overleden op 7-jarige leeftijd in Maastricht op 2 september 1835 om 12 uur ’s nachts in de Brusselse Straat op nr. 818.
5. Hermanus Theodorus Ludovicus Bonten, geboren op 24 december 1829 in Maastricht. Volgt Va.

Lambertus Bonten kon lezen en schrijven. Zijn handtekening prijkt onder zijn huwelijksakte die in Maastricht werd opgesteld op 13 juli 1820.
IVb. Antoon Leonard Bonten, meester schoenmaker, geboren op 9 februari 1802 in Tongeren. Overleden op 28 maart 1881 in Tongeren. Hij trouwde in Tongeren op 12 augustus 1837 met Maria Cox, geboren in Berg bij Tongeren op 19 november 1802, dochter van Joannes Cox en Elisabetha Vrancken.
Uit dit huwelijk:
1. Joannes Bonten, geboren omstreeks 1839 in Tongeren, overleden op 31 augustus 1864 in Tongeren. Hij was werkzaam als brouwersgezel.
Generatie V
Va. Hermanus Theodorus Ludovicus Bonten, roepnaam Theodore, geboren op 24 december 1829 in Maastricht, zoon van Lambertus Bonten (IVa) en Anna Elisabeth Smeisters. Hij was werkzaam als pianist en pianoleraar. Theodore is overlede vóór 30 november 1885. Op 20 september 1865 trouwde hij voor de wet in Brussel met Célénie Léonide Maréchal, dochter van Constantin Maréchal en Anne Marie Hobé, geboren op 7 juli 1840 in Brussel, overleden in Île-de-France, Parijs op 12 februari 1919.
Uit dit huwelijk:
1. Alice Marie Gilberte Elia Aline Bonten, geboren op 26 mei 1866 om 05:00 uur in de Rue de Douai nr. 50 in Île-de-France, Parijs.
2. Alice Aline Ines Gilberte Bonten, geboren op 12 december 1870 om 20:00 uur in de Cardinalstraat nr. 50 in Brussel. Volgens de geboorte-aangifte, die gedaan werd door de vroedvrouw, waren de ouders woonachtig in Maastricht. Alice Aline Ines Gilberte Bonten is overleden op 30 november 1885 om 17:00 uur in het huis van haar moeder, Rue de Miromesnil nr. 93 te Parijs. In de aangifte van haar overlijden wordt vermeld dat vader Theodore Bonten reeds overleden is en dat moeder Célénie Léonide Maréchal in Parijs een gemeubileerd hotel uitbaat.
